phone icon020 696 3000
Nederlands | English
divider

Artikel

separator

Deel dit artikel op social media:


Advocaat in de provincie

/

advocaat-provincie

Veel advocaten in de Randstad zijn begonnen bij een groot kantoor en werken nog steeds bij een groot kantoor. Of soms bij een iets kleiner kantoor maar nog wel in de Randstad. Dan mis je natuurlijk wel wat. Je wordt ook een soort van advocaat, dat zeker, maar met een beperkte Randstad-blik; je weet niet veel meer van de wereld dan je eigen kleine rechtsgebiedje. Daarom ben ik blij dat ik begonnen ben in het achterste hoekje van een landstreek die zelf ook Achterhoek heet (Komrij?). Het heeft mij gemaakt tot de advocaat die ik ben. Ik kreeg unieke kansen en ervaringen om het vak te leren.

Oude Kleine Beverberg aan de lijn

Het begon al meteen de eerste week. De dag na mijn beëdiging. Een telefoontje. Een man, die zich voorstelde als Oude Kleine Beverberg of zoiets, feliciteerde mij met mijn benoeming tot curator. Het was een veehandelaar en ik moest er maar snel naar toe, want er was alleen nog een vette koe en een vette koe is veel geld waard. Hoe verkoop je een koe? Op de veemarkt natuurlijk. Dan heb je minimaal een trekhaak nodig, zeg maar. Dus als u een provinciale advocaat ziet rijden in een auto met trekhaak, dan weet u dat dat niets te maken heeft met een caravan, maar met de executiewaarde van runderen. De trekhaak werd er meteen opgezet, door een neef van Oude Kleine Beverberg.

Café Het Witte Paard

Ik dacht eerst dat Oude Kleine Beverberg, toen hij belde over de benoeming, een studievriendje was die me wilde dollen. Ik meende zelfs de stem van studievriend Marcel-Paul te herkennen. Mijn antwoord aan Oude Kleine Beverberg was dan ook dat hij moest stoppen met die ongein en dat we maar gauw een biertje moesten gaan drinken. Da’s goed, zei de man, waarop ik toch ging twijfelen omdat ik een licht Achterhoeks accent ontwaarde. De zo belangrijke griffier van de rechtbank die ik aanzag voor studievriend gaf me de naam van een kroeg. Daar heb je er verrassend veel van in de Achterhoek. Het bleek een geschikte vent, hij zwaaide al jaren de scepter bij de afdeling faillissementen. We spraken af in Het Witte Paard in Zieuwent. Ik zat er tevergeefs een uur te wachten, tot ik merkte dat ik per abuis in Het Zwarte Paard terecht was gekomen. Het Witte Paard zat aan de overkant.

Escorte naar Afrika

Van het één komt het ander, zo gaat dat in de kleinere arrondissementen. Niet veel later was ik curator van een overledene. Dat kon toen nog. Hij had alleen een oude Nissan Cherry die echt niemand wilde kopen, zelfs de sloper niet. Wat doe je dan? Exporteren naar Afrika natuurlijk. Maar ja, lege boedel – geen geld, dus zo’n auto kun je niet verzekeren. Onverzekerd en zonder APK op de weg van de Achterhoek naar de Rotterdamse haven? Ja hoor. Met escorte; voor en achter een motoragent, met zwaailicht. De voorste motoragent was weer een andere neef van Oude Kleine Beverberg die in zo’n geval altijd wel iets kon regelen. Tien liter benzine in de tank; precies genoeg. Opgelost. De reis terug duurde wel drie uur, maar wat moet je anders.

advocaat

Tuinmannen

Ons kantoor zat in een grote villa aan de rand van een kleine stad. Er waren drie tuinlieden in vaste dienst, die de slechte gewoonte hadden om koffie te gaan drinken met hun modderlaarzen in de wachtkamer. Dan vroegen ze aan de wachtende cliënten wat of ze eigenlijk kwamen doen. Als er geen antwoord kwam, vroegen ze even verder of het voor een echtscheiding of voor een ontslag was. Meestal kwam er dan nog geen antwoord want, zoals iedereen weet, Achterhoekers laten niet snel het achterste van hun tong zien.

Boeren, burgers, buitenlui

De tuinmannen trokken dan zelf maar hun conclusie over de zaak van de cliënt door hardop de kleding van de arme wachtende te bespreken. Een overall betekende: ontslag was aangezegd. Leren jack was een folkloristische strafzaak, zoals het illegaal houden van reptielen, landloperij of stroperij: de couleur locale. Als het een vrouw was die geen rok aan had maar een broek, dan ging het om een scheiding (met rok was immers een zedenzaak), en als het een boer was dan ging het om een recht van overpad, met een adellijke grootgrondbezitter als tegenpartij. Zo’n geschil behoorde tot het patrimonium: het werd van generatie tot generatie overgedragen. Een goudmijn voor kantoor. Goed geklede buitenlui kwamen voor een nare miskoop van een kreupel paard, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Meestal klopte hun omschrijving wel en als we maar goed luisterden naar de tuinlieden, wisten we meteen hoe de zaak moest worden aangepakt, en hoe het zou aflopen. Als de zwijgende cliënten waren opgehaald door de advocaat, sjokten de tuinmannen weer naar buiten. Het aanharken van het grint rond de villa was een dagtaak.

Een besluit van de oudste vennoot

Op een dag kwamen de tuinlieden het kantoor binnen. Ze zagen er moe uit. Hun voorman vroeg met de pet in de hand belet bij de oudste partner van het kantoor. Hij verklaarde dat hij overwerkt was en dat ze daarom allemaal ontslag moesten nemen. De oudste compagnon zei dat dat niet zomaar gaat, want wie moet dan het grint aanharken? Maar zijn gedachten gingen ook uit naar de cliënten in de wachtkamer, die wel wat privacy konden gebruiken. Het gaf toch onrust, al die vragen. Dus was zijn antwoord dat het ontslag volgens het Wetboek van Arbeidsrecht niet kon worden ingewilligd, tenzij er drie gelijkwaardige, andere tuinmannen voor terug zouden komen. Die hadden wel recht op koffie, maar niet in de wachtkamer; de secretaresse bracht wel een thermoskan naar buiten.

Alweer een Nissan!

En zo geschiedde. De volgende dag zagen we drie nieuwe stevige kerels op de oprijlaan aan het werk. Er was net grint bijgestort. Een overtollige partij uit een faillissement van een hoveniersbedrijf, te weinig waard voor een executieveiling, zo werd mij verteld. Er lag dik tien centimeter. Dat was knap lastig want in mijn laatste faillissementje zat alweer een Nissan. De partners hadden al gezegd dat ik het lelijke ding moest verpatsen. Ze wilden het wagentje niet meer in beeld hebben voor de notabele klanten; de lokale fabrieksdirecteuren konden hun BMW natuurlijk niet naast een oude Nissan 323 parkeren, dat gaf geen pas. Bovendien kwam er die middag Hoog Bezoek. Ik had deze keer geen koper, Oude Kleine Beverberg had verlof, en daarom besloot ik het autootje dan maar op straat te parkeren. Het autootje was echter niet tegen het vers gestorte grint opgewassen. Het 1100 cc motortje brulde, het grint spatte tegen de bodemplaat, maar geen beweging. In de Achterhoek heb je PK’s nodig en geen Japans blik. In de verte naderde de oude Landrover van het Hoge Bezoek. Ik kon kiezen. Of de tuinmannen vragen een uitweg voor me te harken, zo’n 50 meter te gaan tot de asfaltweg. Dat zou ze nooit lukken want ze zagen er vermoeid uit. Of mijn eigen auto er voor zetten en slepen. Ik had nog een touw achterin liggen van die koe die naar de veemarkt moest. Om de trekhaak, en dan aan de bumper van de Nissan. Dat moest te doen zijn. Ik koos voor het laatste. De tuinmannen waren toch al aan de koffie gegaan, in de wachtkamer, ze waren in geen velden of wegen meer te bekennen – een thermoskan met wat bekertjes stond onaangeroerd op de grond.

Arbeid adelt

De baron die ruzie had met de boer , die van het recht van overpad, stapte uit de Landrover . Ribbroek, tweed jasje, lamswollen trui. Het moest nu voor eens en voor altijd geregeld worden. Een zakenman uit het westen ging namelijk het kasteel kopen. Het nieuws was hem vooruit gesneld. De berooide edelman had de strijd om het behoud van zijn erfgoed definitief verloren. Hij keek naar wat ooit de grond zijner voorvaderen was geweest** en hij negeerde mij en mijn oude Nissan. Groette niet terug, en liep naar binnen. De tuinmannen zouden hem nu wel ondervragen in de wachtkamer, waar of het over ging en waarvoor hij dan wel kwam, bedacht ik. Pas later begreep ik zijn botheid. Zijn Landrover mocht niet in mijn handen vallen, dat nooit. Ik knoopte het touw aan de gammele bumper van de Nissan. Nee, dit klusje moest ik zelf doen.

 ** vrij naar Lampedusa, “De Tijgerkat” (en realiteit in de Achterhoek).

 

Geplaatst door Marius Hupkes

marius-2016

Marius Hupkes is advocaat en ex-griffier van de Raad van Discipline.

Meer lezen?

Lees hier de andere blogs over het wel en wee van de advocatuur.

Of volg de komende blogs via Twitter of LinkedIn.

 

separator

Deel dit artikel op social media: