phone icon020 696 3000
Nederlands | English
divider

Artikel

separator

Deel dit artikel op social media:


Einde gemeenschap van goederen per 1 januari 2018

/

Met ingang van 1 januari 2018 komt een einde aan een oud en typisch Nederland instituut: de algemene gemeenschap van goederen die geldt als maatstaf binnen een huwelijk.

Reeds eerder berichtte ik hierover op deze website, zie mijn eerdere artikel naar aanleiding van het aannemen van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer. Voor de goede orde zet ik de belangrijkste wijzigingen nog even op een rij.

Geen verandering voor huwelijken gesloten voor 1 januari 2018

De wetswijziging is van toepassing op huwelijken die worden gesloten vanaf 1 januari 2018. Voor huwelijken die daarvoor zijn gesloten verandert er dus niets.

De belangrijkste wijziging zit in de vermogensrechtelijke gevolgen van het trouwen, oftewel: “wat is van wie?” Als het aanstaande echtpaar geen afspraken maakt bij het sluiten van het huwelijk, dan trouwen ze tot en met 31 december 2017 in gemeenschap goederen. Zoals ook uiteen gezet in mijn eerdere artikel over dit onderwerp heeft dit tot gevolg dat kort gezegd alle bezittingen en schulden van de echtelieden, en alles wat zij tijdens het huwelijk verwerven of aangaan (schulden), gemeenschappelijk is. 

Per 1 januari 2018: beperkte gemeenschap van goederen

Mensen die trouwen vanaf 1 januari 2018 en niets regelen krijgen te maken met een zogenaamde beperkte gemeenschap van goederen. In tegenstelling tot de “oude” (thans nog geldende) algemene gemeenschap van goederen valt per die datum eigen vermogen dat is opgebouwd voor de trouwdatum buiten de gemeenschap. Hetzelfde geldt overigens voor erfenissen en schenkingen die worden verkregen tijdens het huwelijk. Volgens de tot 1 januari 2018 van kracht zijnde algemene gemeenschap van goederen vallen die in de gemeenschap wanneer over die erfenissen en schenkingen geen regelingen zijn getroffen (bijvoorbeeld in een testament). Vanaf 1 januari 2018 vallen die “standaard” (dus: als daar geen afspraken over zijn gemaakt of regelingen zijn getroffen) buiten de nieuwe, beperkte gemeenschap.

Scheiden? Wat is er geadministreerd!

Als mensen vervolgens gaan scheiden, dan zal opnieuw sprake zijn van aparte vermogens. Door het indienen van het echtscheidingsverzoek eindigt immers de bestaande gemeenschap. Of dat nu een algemene gemeenschap van goederen betreft van voor 1 januari 2018, een beperkte gemeenschap die is afgesproken in huwelijkse voorwaarden voor die datum of de “standaard” beperkte gemeenschap vanaf die datum, dat maakt niet uit.

Door het indienen van het echtscheidingsverzoek bij de rechtbank ontstaan wederom aparte vermogens van de op dat moment aanstaande ex-echtgenoten, namelijk de vermogens die door de aanstaande ex-echtgenoten afzonderlijk worden opgebouwd vanaf de datum van het indienen van het echtscheidingsverzoek. In dat geval zal dan dus sprake zijn van drie verschillende vermogens per echtgenoot, vijf in totaal: de vermogens van voor het huwelijk, het gemeenschappelijke vermogen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd en de afzonderlijke vermogens die worden opgebouwd nadat het echtscheidingsverzoek is ingediend bij de rechtbank. En dat worden er dus nog meer als tijdens het huwelijk erfenissen en/of schenkingen zijn ontvangen die niet in de beperkte gemeenschap vallen. Ook dit worden dan weer aparte vermogens.

Wie bij de echtscheiding recht heeft op wat, zal in de eerste plaats worden beoordeeld aan de hand van de administratie die de echtgenoten hebben bijgehouden. Kunnen de echtgenoten hun aanspraak op goederen niet bewijzen, dan zijn deze goederen volgens de nieuwe wet alsnog gemeenschappelijk.

Op dit moment zijn het vooral mensen die zijn getrouwd onder huwelijkse voorwaarden die rekening moeten houden met de noodzaak vermogens tijdens het huwelijk te administreren en bij te houden. Onder het nieuwe systeem zullen echter veel meer mensen zo’n administratie moeten gaan bijhouden (want de vermogens zijn dan al door de wet ontstaan en wat valt daar nu precies onder?). De vraag is of mensen dat gaan doen. Onder het huidige systeem leert de ervaring dat slechts een kleine meerderheid van de mensen die zijn getrouwd onder huwelijkse voorwaarden en in dat kader een administratie moeten bijhouden, de discipline heeft dat ook daadwerkelijk te doen.

Conclusie

Al een tijd viel te horen dat de algemene gemeenschap van goederen “niet meer van deze tijd” is. Met de nieuwe wet is geprobeerd aan te sluiten bij wensen van echtgenoten die horen bij de huidige maatschappij. In het algemeen is weinig twijfel dat dat is gelukt op het punt van vermogens die bestonden voor het huwelijk. Als bij het sluiten van het huwelijk niets wordt geregeld, worden ze in principe niet gemeenschappelijk en blijven die dus buiten het huwelijk.

De keerzijde van de nieuwe beperkte gemeenschap is echter dat de daaruit voortvloeiende noodzaak aparte vermogens te administreren haaks staat op de zo vaak gehoorde wens wetgeving niet ingewikkeld te maken. Verdelingsprocedures worden er niet eenvoudiger op. Dat wringt, maar is nu eenmaal een gevolg van de keuze van een wetgever die probeert aan te sluiten op de wensen van een veranderde samenleving.

gepubliceerd door Rein Eilers

 

separator

Deel dit artikel op social media: