phone icon020 696 3000
Nederlands | English
divider

Artikel

separator

Deel dit artikel op social media:


Hoe werkt een klachtprocedure tegen een advocaat?

/

Wie ontevreden is over zijn advocaat – of de advocaat van de tegenpartij – kan een klacht indienen. Hoe zit deze procedure in elkaar, en wat is de taak van de Raad van Discipline, de tuchtrechter voor de advocatuur?

Klacht bij het kantoor

Een cliënt (of tegenpartij) die niet tevreden is met de manier waarop een advocaat de zaak heeft behandeld, of die zit met de gevolgen van een verloren rechtszaak, kan een klacht indienen bij de klachtenfunctionaris van het kantoor. Advocatenkantoren hebben verplicht een klachtenfunctionaris en een klachtenreglement. De klachtbehandelaar lost in de praktijk veel -vooral kleinere- klachten op.  Bijvoorbeeld als het gaat om miscommunicatie, bejegening en bereikbaarheid – doorgaans klachten waar geen schokkende  financiële schade is geleden, of klachten over de hoogte van declaraties. Als een klacht direct wordt ingediend bij de Deken, zoals gebeurde voor de invoering van de nieuwe advocatenwet in 2015, kan de Deken de klacht terugsturen naar de klachtenfunctionaris van het kantoor. Het gaat namelijk om een verplichte voorprocedure.

Alternatief: geschillencommissie

Er bestaat ook een geschillencommissie die klachten behandelt tegen advocaten. Niet alle advocaten zijn aangesloten bij de geschillencommissie, maar een advocaat en een klager kunnen wel afspreken dat een zaak aan deze instantie wordt voorgelegd. De geschillencommissie is bedoeld voor klachten van (ex)cliënten van de advocaat en niet voor tegenpartijen. Een verschil met de tuchtrechtelijke procedure is dat de advocaat door de geschillencommissie kan worden veroordeeld schadevergoeding te betalen (tot maximaal € 10.000). Omgekeerd kan de advocaat ook een oordeel vragen over een niet-betaalde declaratie.

Klacht bij de Deken

Als de klacht niet wordt opgelost via de interne klachtenprocedure of via de geschillencommissie, kan een klacht worden ingediend bij de deken. De deken is de voorzitter van de plaatselijke Orde van Advocaten, de “Raad van de Orde”. Deze raad en de deken zijn toezichthouder op de lokale advocatuur. Eén van de taken van de deken is het behandelen van klachten tegen advocaten. In de praktijk wordt de klachtbehandeling ook wel verzorgd door de stafmedewerkers van de deken en door andere leden van de Raad van de Orde. De dekens gaan te werk volgens de “leidraad dekenale klachtbehandeling”.

Hoe behandelt de Deken klachten?

De klachtprocedure is informeel. De indiener van de klacht (“klager”) kan een brief of een email schrijven, die in behandeling wordt genomen. De deken vraagt een reactie op bij de advocaat (“verweerder”). De procedure loopt in Amsterdam meestal schriftelijk. In sommige andere arrondissementen wordt een bespreking (een soort informele zitting)  gehouden op het kantoor van de deken. Regelmatig leidt de dekenbehandeling tot een oplossing. Bijvoorbeeld als de advocaat een (beroeps)fout erkent en een vergoeding aanbiedt. Meestal zal daarmee de kous af zijn: de klager trekt de klacht in. In andere gevallen wordt de klacht uiteindelijk ingediend bij de Raad van Discipline, de tuchtrechtelijke instantie voor de advocatuur. In dat geval moet de klager een griffierecht van € 50 betalen. Dit bedrag is bedoeld als een heffing aan de poort om onzinklachten tegen te houden.

Raad van Discipline

De tuchtrechter oordeelt over klachten tegen advocaten. Het kan ook gaan om “bezwaren” van de Deken: niet elke zaak die de raad behandelt is afkomstig van cliënten of tegenpartijen. De tuchtrechter houdt bij de nieuw binnengekomen klachten een voorselectie. Klachten die duidelijk niet gegrond zijn – en dat zijn er heel wat – worden afgevangen en direct op een zijspoor gezet met een “kennelijk ongegrond”-beslissing van de voorzitter, zonder zitting. Tegen dat type beslissingen kan de klager alleen nog verzet instellen. Verzet slaagt soms (niet vaak) en dan wordt de zaak alsnog verder behandeld via het normale spoor.

De standaardprocedure bij de Raad

Bij dit normale spoor wordt de klacht op een rechtszitting behandeld door drie tuchtrechters en een griffier. De voorzitter is afkomstig uit de rechterlijke macht en de leden zijn afkomstig uit de advocatuur. Bij de invoering van een nieuwe advocatenwet in 2015 is over deze samenstelling goed nagedacht. Als advocaten over collega’s oordelen kan dit – al dan niet terecht – een gevoel geven dat de slager zijn eigen vlees keurt. Bij de eerste plannen wilde de regering leden van buiten toelaten, zoals bijvoorbeeld een vertegenwoordiger van de consumentenbond of leken (mensen van buiten de beroepsgroep). Dit is uiteindelijk niet gebeurd (al zijn er wel externe toezichthouders aangesteld over de advocatuur als geheel). De wetgever vond dat er geen reden was om aan te nemen dat de advocaat-leden van de raden (en het hof) van discipline niet onafhankelijk of niet voldoende kritisch waren. Als je de beslissingen van de raden en het Hof van Discipline op overheid.tuchtrecht.nl leest, zie je ook dat de uitspraken soms behoorlijk streng zijn. Een advocaat wordt soms stevig aangepakt en de les gelezen door zijn collega’s die in de Raad zitten.

Klacht is niet altijd nodig

Klagen tegen een advocaat heeft niet altijd zin. Stel dat het gaat om een duidelijke en niet al te ingewikkelde beroepsfout. Bijvoorbeeld een te laat ingesteld hoger beroep. Dan is voorspelbaar dat de tuchtrechter de klacht gegrond zal verklaren. Er is namelijk niet veel discussie mogelijk of sprake is van een beroepsfout: de termijn staat in de wet. Als de klager de advocaat aansprakelijk stelt en schadevergoeding wil, dan kan in deze situatie de stap van een klacht bij de Deken, gevolgd door een procedure bij de tuchtrechter, net zo goed worden overgeslagen. Alhoewel: een klacht is een betrekkelijk goedkope procedure met een griffierecht van slechts € 50. Er is altijd kans dat de klacht leidt tot een oplossing zodat een vervolgprocedure over de schade bij de civiele rechter niet meer nodig is. Vanuit het perspectief van de klager kan een klacht dus wel een zinvolle procedure zijn.

Het doel van tuchtrecht

Anderzijds: het doel van het advocatentuchtrecht is niet om gedupeerde cliënten aan schadevergoeding te helpen, alhoeveel veel klachten wel met die gedachte worden ingediend. Voor (kleine) schadevergoedingen en klachten van ex-cliënten die niet echt tuchtrechtelijk van aard zijn, is de geschillencommissie een beter alternatief. Het oorspronkelijke doel van het tuchtrecht is om het functioneren van de beroepsgroep te verbeteren. Dat doel is nog steeds de rode draad bij de beslissingen van de raden van discipline. Er is bovendien een verschil tussen de manier waarop de tuchtrechter aankijkt tegen klachten van cliënten en klachten van tegenpartijen.

Klachten van de tegenpartij

Een klacht van een tegenpartij maakt in het algemeen veel minder kans om gegrond verklaard te worden dan een klacht van de eigen cliënt. De advocaat heeft een “ruime vrijheid” tegenover de wederpartij. Dat is ook logisch: deze wederpartij zou zelf ook niet moeten willen dat zijn eigen advocaat beperkt wordt in zijn vrijheid, want dat kan in zijn nadeel uitwerken. De ruime vrijheid is nodig voor de advocaten van de beide kanten: de vrijheid die de advocaat van de wederpartij heeft is de prijs die wordt betaald voor de vrijheid van de eigen advocaat en die vrijheid is in feite een eigen belang van de cliënt. Dat betekent niet dat de advocaat van de wederpartij alles mag: hij mag bijvoorbeeld niet liegen (in het jargon van de tuchtrechter: “feiten poneren waarvan hij weet dat deze niet juist zijn”). Anderzijds mag een advocaat wel stevige standpunten innemen en moet hij dat soms zelfs doen omdat zijn cliënt daarbij belang kan hebben. Daarbij mag de advocaat afgaan op plausibele informatie die de cliënt hem geeft (de objectieve waarheid kan later anders blijken te zijn, maar dat betekent dus niet dat de klacht gegrond zal worden verklaard!).

De klacht van de eigen cliënt

Een klacht van een eigen cliënt vertelt een ander verhaal, namelijk hoe de cliënt de rechtshulp heeft beleefd.  En het gaat in de advocatuur primair om de eigen cliënt. De advocaat is principieel een partijdige belangenbehartiger. Hoewel sommigen daar anders over denken staat dat duidelijk in art. 10a van de Advocatenwet: “de advocaat is partijdig bij het behartigen van de belangen van zijn cliënt”. Deze regel is een van de kernwaarden van het vak. De andere kernwaarden zijn: deskundigheid, integriteit, onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid. Als een klacht van een eigen cliënt gegrond is, dan gaat het uiteindelijk om een schending van één van deze kernwaarden. Als een advocaat veel klachten krijgt van eigen cliënten, geeft dat te denken. Sinds 1 januari 2015 bestaat een register waarin de advocaten die door de tuchtrechter worden geschorst of geschrapt (de zwaarste tuchtrechtelijke straffen) worden genoteerd. Gelukkig worden andere advocaten nooit, of zeer incidenteel met een klacht geconfronteerd. Het aantal klachten zegt verder ook niet alles over een advocaat. Op sommige rechtsgebieden wordt meer geklaagd dan op andere rechtsgebieden. Advocaten die veel procederen krijgen vaker te maken met klachten dan advocaten die vooral adviseren.  Advocaten opereren per definitie op moeilijk terrein met tegenstrijdige belangen: waar gehakt wordt vallen spaanders. Overweegt u een klacht indienen tegen een advocaat? Dan hoop ik dat dit blog u wijzer heeft gemaakt over de (on)mogelijkheden en de zin van het indienen van een klacht en de alternatieven!

 

Geschreven door Marius Hupkes

 

 

 

 

 

De auteur is advocaat. Hij was tot 1 januari 2015 plv. griffier van de Raad van Discipline te Amsterdam.

separator

Deel dit artikel op social media: