phone icon020 696 3000
Nederlands | English
divider

Artikel

separator

Deel dit artikel op social media:


Hoofs

/

kasteel

Woensdag 4 februari 1981. Toen de President van de arrondissementsrechtbank te Almelo die ochtend opstond, realiseerde hij zich dat vandaag een bijzondere dag was. Immers, er zou na de gebruikelijke rolzitting, een stagiaire worden beëdigd die wel eens de enige van dat jaar zou kunnen zijn.  Hij had hem, zoals in zijn parochie gebruikelijk, ontmoet en het leek hem wel een aardige jongen. Een westerling, leek hem niet helemaal een Hollander, doch hij kon niet zeggen waarom.

Wat hij wel wist: dat de mores in het westen tussen enerzijds de rechterlijke macht, de officieren van justitie en anderzijds de advocatuur toch enigszins op een ander niveau waren dan hij gewend was.

Ineens schoot hem een woord te binnen, waar hij het over zou hebben bij de beëdiging.

“Hoofs”: Hij zou, zoals hij was, wat belerend de stagiaire toespreken, van hoe men in zijn arrondissement met elkander omging.

De woensdagochtendrol verliep zonder noemenswaardige incidenten. De advocaat die altijd faillissementen aanvroeg kreeg meerdere malen te horen dat de rode kaart niet terug was, doch dit was bij hem eerder regel dan uitzondering. En zoals altijd, moest hij meerdere malen een vonnis verscheuren omdat een advocaat uit de groep van plus minus 30 opstond en zei: “Ik zuiver het verstek”, waardoor er werk voor niets was gedaan waar hij, op zijn zachts gezegd, enigszins ontstemd over was.

Zoals gezegd, na de zitting verscheen de stagiaire. Een klein ventje met een brilletje en een zwart snorretje die bij hem nogal timide over kwam. Hij zal wel de belofte doen. Het viel mee, enigszins bedeesd klonken de woorden: “Zo waarlijk helpe mij God almachtig”.

De President nam er alle tijd voor. Hij gaf de stagiaire aan, en met hem natuurlijk de overige advocaten, op welke wijze men hier met respect met elkander omging. Zo memoreerde hij dat hij een keer een advocaat in een trui in de zittingszaal zag zitten hetwelk naar zijn oordeel ongepast was. De nieuwbakken advocaat dankte de President en nadat de President zich had verheven en zich naar zijn kabinet had begeven togen de advocaten naar de oude Verkeerstoren waar zij, zoals gebruikelijk na de rol, de gezamenlijke lunch zouden gebruiken.

In de tijd, dat de stagiaire in zijn arrondissement was, zag de President dat de stagiaire, en niet alleen hij, goed naar zijn woorden had geluisterd. Geen bruuske taal, geen brutaliteiten, niets van dit alles, zowel tijdens een comparitie als Kort Geding. De stagiaire is na meer dan zijn stageperiode wederom naar het westen vertrokken. Hij zou, zo begreep de President, naar Woudrichem gaan. Zulks speet de President en vond dat hij zulks kenbaar diende te maken door hem te attenderen op Slot Loevestein, immers daterend uit de tijd dat men nog hoofs elkander bejegende. Het zou een uitstekend kantoorgebouw voor hem zijn.

Met welk gevoelen zou de President anno 2016 nog lid zijn van de zittende magistratuur?

 

geplaatst door Leendert Kranendonk

leendert-2016

Leendert Kranendonk is advocaat sinds 1981.

Lees hier meer verhalen uit de advocatenpraktijk.

 

separator

Deel dit artikel op social media: