phone icon020 696 3000
Nederlands | English
divider

Artikel

separator


Scheiden en pensioen – veranderingen op komst

/

Deel deze pagina
  • 1
  •  
  •  

In mijn vorige blog schreef ik over veranderende regels voor partneralimentatie per 1 januari 2020, klik hier om dit blog te kunnen lezen.

Meer nieuwe wetgeving

Regering en parlement zitten niet stil als het gaat om het verdelen van de centen bij echtscheiding. Ook andere regels die van belang zijn voor de financiën na de scheiding kunnen gaan veranderen. Op dit moment ligt voor advies bij de Raad van State een wetsvoorstel dat de regels verandert over de opgebouwde pensioenrechten bij een echtscheiding (of bij het eindigen van een geregistreerd partnerschap). In dit artikel worden de komende veranderingen kort uiteen gezet.

Pensioenrechten: hoe zit het nu?

Als mensen gaan scheiden verdelen zij veelal wat gemeenschappelijk is. Als er niets wordt geregeld, dan blijven goederen meestal gemeenschappelijk (bedoeld of onbedoeld). Voor pensioenrechten ligt dat wat genuanceerder. Hoe daarmee kan worden omgegaan is geregeld in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) uit 1995. Het uitgangspunt is dat de pensioenrechten die opgebouwd tijdens het huwelijk moeten worden verdeeld als mensen gaan scheiden. Dat kan op verschillende manieren.

De Wvps is regelend recht. Dat wil zeggen dat als partijen niets regelen, de regels van de Wvps gelden, maar dat als partijen dat willen, ze daarvan kunnen afwijken. Op dit moment bepaalt de Wvps dat wanneer de ene echtgenoot pensioenrechten heeft opgebouwd tijdens het huwelijk, de andere echtgenoot bij echtscheiding recht heeft op verevening van die rechten. Let op: het gaat dus om pensioenrechten die zijn opgebouwd tijdens het huwelijk. Pensioenrechten van voor het huwelijk (of daarna), blijven bij scheiding buiten de verdeling.

Wat houdt verevening in? Door middel van het verevenen van pensioenrechten zorgt de pensioenuitvoerder dat bij het ingaan van het pensioen aan beide partijen hun deel wordt uitgekeerd van het pensioen dat bij die pensioenuitvoerder is opgebouwd tijdens het huwelijk. Regel je niets, of regel je zaken wel, maar breng je de pensioenuitvoerder niet binnen twee jaar na de scheiding op de hoogte van de gemaakte afspraken? Dan vervalt het recht op het rechtstreekse recht op uitbetaling door de pensioenuitvoerder aan degene die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd. (Let op: dit is wat anders dan het recht op het pensioen zelf, wanneer dat pensioen ingaat. Dat blijft bestaan, ook nadat de termijn van twee jaar is verstreken). In dat geval zal de pensioenuitvoerder het volledige pensioen uitbetalen aan de ex die het pensioen heeft opgebouwd, de deelnemer. De andere ex heeft in zo’n geval dus nog wel recht op een zijn of haar deel van dat pensioen dat is opgebouwd tijdens het huwelijk, maar moet daarvoor dan naar de ex om ervoor te zorgen dat dat deel ook wordt doorgestort wordt naar hem of haar, waarbij overigens niet per definitie duidelijk is om welk bedrag het dan gaat.

In de praktijk leverde deze regeling problemen op, vaak omdat pensioenuitvoerders niet, of niet tijdig worden geïnformeerd, en mensen pas na jaren later werk gaan maken van hun pensioenaanspraken. In dergelijke gevallen moet de uitbetaling van het pensioen geregeld worden met de ex, ook als die daar geen zin in mocht hebben, met alle problemen van dien.

Toekomst: conversie in plaats van verevening

In een wetsvoorstel dat voor advies zal worden voorgelegd aan de Raad van State, wordt bij scheiding verevening van pensioenrechten niet langer het uitgangspunt, maar conversie. Het verschil is kort gezegd dat bij verevening de echtgenoot die het pensioen niet heeft opgebouwd, een recht krijgt op de helft van het pensioen dat is opgebouwd tijdens het huwelijk door de andere echtgenoot. Het recht van de ex-partner die het pensioen niet heeft opgebouwd blijft daarmee afhankelijk van het recht van de ex op dat pensioen, bijvoorbeeld m.b.t. de keuzes die de deelnemer heeft gemaakt m.b.t het opgebouwde pensioen.

Bij conversie ontstaat er echter een zelfstandig recht, of beter gezegd, ontstaan twee zelfstandige rechten. Een groot voordeel daarvan is dat ex-partners meer inzicht krijgen in wat hun financiële situatie na pensionering wordt en dat de andere partner dus niet meer afhankelijk is van de keuzes van ene partner m.b.t. het pensioen. Een ander voordeel is dat de waarde van het geconverteerde, zelfstandige pensioen kan worden overgedragen naar een eigen pensioenregeling (een zogenaamd recht op waardeoverdracht) wanneer dat hoger is dan een bepaald bedrag. Bij verevening kan dat niet.

Een verschil dat zal ontstaan t.o.v. de huidige situatie is dat nadat de pensioenuitvoerder uit de Basisregistratie Personen (BRP) een melding ontvangt van een scheiding (de gebruikelijke manier waarop de pensioenuitvoerder daarvan op de hoogte wordt gesteld), deze vervolgens de beide ex-partners informeert over de aanstaande conversie. Vervolgens hebben de ex-partners zes maanden de tijd om eventuele afwijkende afspraken door te geven aan de uitvoerder. Zo blijft het mogelijk om een pensioen te verevenen, of af te wijken van een 50/50 verdeling. Maar als de uitvoerder niet binnen de zes maanden hierover op de hoogte wordt gesteld, dan wordt de conversie onherroepelijk doorgevoerd. Als later blijkt dat er toch afwijkende afspraken zijn gemaakt, moeten de beide ex-partners die afspraken zelf onderling regelen.

Conclusie

De grootste voorgestelde wijziging is het ontstaan van een zelfstandig recht voor de andere partner door de conversie, in plaats van het afhankelijke recht dat nu nog ontstaat als wordt verevend. De regering denkt hiermee tegemoet te komen aan wensen uit de samenleving om na een echtscheiding niet meer afhankelijk te zijn van een ex-partner. Dat laatste lijkt me logisch en verstandig. Het inzichtelijk maken van de gevolgen van de scheiding voor de pensioenen zou moeten bijdragen aan een betere besluitvorming tijdens een echtscheiding. Ook dat lijkt me een goede zaak, al moet worden afgewacht hoe snel deze gegevens beschikbaar zijn en hoe helder ze dan zijn. Het kan lastige materie zijn en deskundige bijstand zal daarbij eens temeer zijn waarde moeten bewijzen. Of het ook allemaal doorgaat is echter nog even de vraag. Eerst maar even het advies van de Raad van State afwachten. Het is de bedoeling dat de nieuwe regels ingaan per 1 januari 2021.

Rein Eilers is advocaat bij Hupkes c.s. Advocaten in Amsterdam, met als specialisatie personen- en familierecht.

 


Deel deze pagina
  • 1
  •  
  •  
separator