phone icon020 696 3000
Nederlands | English
divider

Artikel

separator

Deel dit artikel op social media:


Toevoeging en schuldsanering: wat kost de advocaat?

/

 

Wie in de schulden zit of in de WSNP wil, loopt soms tegen juridische problemen aan, waarvoor een advocaat nodig is. En dat kost geld. Gelukkig is in veel gevallen een toevoeging met de laagste eigen bijdrage mogelijk, maar niet altijd. Hoe zitten de regelingen in elkaar?

Hoger beroep: zeer lage kosten

Als een schuldenaar een negatief rechtbankvonnis ontvangt (weigering toelating, tussentijdse beëindiging of geen schone lei), dan kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof. In die situatie is inschakeling van een advocaat verplicht. De cliënt heeft altijd recht op een toevoeging. Daarbij geldt de laagste eigen bijdrage. Verder is in deze situatie geen griffierecht verschuldigd. Hoger beroep is dus goed betaalbaar. Er zijn overigens ook advocatenkantoren die geen eigen bijdrage rekenen: helemaal gratis dus. Dat zijn niet altijd de beste advocatenkantoren (ze zitten in elk geval om werk verlegen: niet altijd een teken van kwaliteit). De Orde van Advocaten treedt regelmatig op tegen advocaten die met dit argument werven. 

Tijdens de WSNP: zeer lage kosten

Iemand die al is toegelaten tot de WSNP, heeft ook automatisch recht op een toegevoegde advocaat met de laagste eigen bijdrage. Het kan dan gaan om procedures die samenhangen met de WSNP (zoals tussentijdse beëindiging of een beroep tegen een besluit van de rechter-commissaris om een kapitaalpolis af te kopen).  Het kan ook gaan om een heel ander soort zaak: een loonvordering of een procedure over de hoogte van alimentatie. Ook bij een hoog bruto-inkomen is het mogelijk tegen de laagste eigen bijdrage een toegevoegde advocaat in te schakelen, als de schuldenaar in de WSNP zit. Dit geldt niet voor de schuldenaar die nog een fase daarvoor zit.

Tijdens het minnelijk traject

De regeling die tijdens de WSNP geldt (“altijd een toevoeging met de laagste eigen bijdrage en geen griffierecht”) geldt helaas niet als de schuldenaar nog niet in de WSNP zit. Dan gelden de gewone normen van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit betekent dat alleen de lage en middeninkomens toevoegbaar zijn, met een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Dit treft vooral de middeninkomens en mensen met een hoog bruto-inkomen waarop beslag ligt (zodat onder de streep wordt geleefd van de beslagvrije voet). Deze groep is aangewezen op betalingsafspraken met een welwillende advocaat.

Toegang tot de schuldhulp

Soms komt een schuldenaar niet door de toegangspoort van de gemeentelijke schuldhulpverlening: de gemeente neemt een weigeringsbeslissing of stelt zware voorwaarden die neerkomen op een weigering. Dergelijke beslissingen zijn een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, en daarom staan de rechtsmiddelen van bezwaar (bij de gemeente) en beroep (bij de bestuursrechter) open. Deze zaken zijn toevoegbaar (en vaak ook zinvol: de bestuursrechter kan te hoge toegangsdrempels afstraffen). Er is nog nauwelijks jurisprudentie over de WGS (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). Lees hier meer over bezwaar en beroep tegen beslissingen van de gemeente over weigering van schuldhulp. 

Omzetting van faillissement naar WSNP

Wie persoonlijk failliet is verklaard, kan op grond van art. 15b Faillissementswet een verzoek indienen om het faillissement om te zetten in een WSNP traject. Bij omzetting is geen minnelijk traject nodig (lees hier meer). Het indienen van het omzettingsverzoek is niet toevoegbaar volgens het huidige beleid van de Raad voor Rechtsbijstand: dit verzoek valt onder “zelfredzaamheid”. Dat is een merkwaardig standpunt, omdat omzettingen vaak erg complex zijn. Hoger beroep is het laatste redmiddel. Dan bestaat wel aanspraak op een toevoegingsadvocaat, met de laagste eigen bijdrage. Lees hier ons blog met een voorbeeld van deze rechtsgang. Een oplossing voor de rechtbankfase is dat het omzettingsverzoek toch tegen lage kosten door een advocaat wordt behandeld.

Andere procedures

Voor alle andere procedures heeft de client recht op een toevoeging als aan de inkomens- en vermogenstoets wordt voldaan, met een inkomensgerelateerde eigen bijdrage. Als de rechtshulp tot een hoog financieel resultaat leidt (bijvoorbeeld schadevergoeding of de opbrengst van een verkocht huis) dan moet wel rekening worden gehouden met intrekking van de toevoeging. De advocaatkosten moeten dan achteraf uit de opbrengst van de zaak worden voldaan. De timing van deze factuur kan een minnelijk traject op een vervelende manier doorkruisen als nieuwe schuld (die soms voortvloeit uit een opdracht die vaak van de schuldhulpverlening zelf komt). Het systeem kent vreemde effecten.

Kan de procedure niet gewoon wachten tot de toelating een feit is?

Een bekend probleem bij mensen met schulden is dat er geen geld is voor een rechtszaak. Dat kan gebeuren bij middeninkomens die de hoge eigen bijdrage niet kunnen betalen, en het kan gebeuren bij hoge inkomens die geen recht op toevoeging hebben, terwijl op het inkomen beslag op ligt. Deze situaties zijn vooral vervelend als de toegang tot de schuldhulpverlening in geding is en verkapte toegangseisen worden gesteld, zoals de eis om eerst een huis te verkopen terwijl de ex-partner niet wil (een omstreden voorwaarde), of de eis dat eerst de alimentatie wordt verlaagd. Dat laatste kan volgens de civiele rechtspraak overigens ook achteraf. In deze gevallen is het indienen van bezwaar tegen een eis die de gemeente stelt aan de schuldhulp soms goedkoper en effectiever dan een complete civiele procedure. Lees hier meer. 

Proceskostenrisico

Wie al in de schulden zit, zit niet te wachten op een verloren rechtszaak met een veroordeling in de proceskosten: dan nemen de schulden toe. Toevoegingen dekken alleen advocaatkosten en geen proceskostenrisico. Proceskostenrisico bestaat niet of nauwelijks bij procedures over familierecht, zoals echtscheiding en alimentatie. In het bestuursrecht komen geen proceskostenveroordelingen voor, maar alleen tegemoetkomingen als de burger gelijk krijgt. In overige civiele zaken, zoals kort gedingen, ontslagzaken, loonvorderingen, en huurkwesties, bestaat wel een proceskostenrisico. De beslissing om te gaan procederen, moet in die gevallen zorgvuldig worden genomen. 

geplaatst door Marius Hupkes

 

 

 

 

 

De video toont een fragment van de Workshop “Tips en tricks om de kans op toelating tot de WSNP te verhogen”, gehouden op het Schuldinfo Congres 2017. Dank aan André Moerman en Uitgeverij | Studiecentrum Kerckebosch. Bekijk hier de andere video’s over toelating tot de WSNP.

separator

Deel dit artikel op social media: