phone icon020 696 3000
Nederlands | English
divider

Artikel

separator

Deel dit artikel op social media:


Wet incassokosten: toch onduidelijkheid ontstaan

/

arnhem

De wet incassokosten, die op 1 juli 2012 is ingevoerd, blijkt door rechters op een verschillende manier te worden uitgelegd. Om duidelijkheid te krijgen voor de praktijk en te zorgen voor een gelijke toepassing wordt nu een speciale procedure gevoerd.

De nieuwe Wet incassokosten

Met buitengerechtelijke of incassokosten wordt bedoeld: het bedrag dat een schuldeiser extra mag vragen om zijn kosten te dekken als een debiteur een vordering niet binnen de betalingstermijn voldoet. In het nieuwsbericht van 23 juni 2012 hebben we uitleg gegeven over de nieuwe Wet incassokosten (WIK).

De “veertiendagenbrief”

In het nieuwe artikel 6:96 lid 6 BW staat dat buitengerechtelijke kosten door een consument eerst verschuldigd zijn na het versturen van een zogenaamde “veertiendagenbrief”. Dat is een brief waarin de schuldeiser, nadat de betalingstermijn van de vordering is verstreken, de debiteur aanmaant om binnen een termijn van 14 dagen te betalen.

Verschillende uitleg

Er is onduidelijkheid ontstaan over de vraag of het voor het verschuldigd zijn van de incassokosten voldoende is dat de veertiendagenbrief is gestuurd dan wel of de schuldeiser nog nadere incassomaatregelen moet hebben genomen. Volgens een arrest  van het Gerechtshof Arnhem zijn nadere incassomaatregelen niet nodig. Enkele rechtbanken gaan er in hun vonnissen tot nu toe van uit dat wel extra incassomaatregelen nodig zijn. Er zijn dus verschillen in de uitslagen van procedures.

Prejudiciële vraag

Op 1 juli 2012 is niet alleen de Wet incassokosten ingevoerd, maar ook een wet die het mogelijk maakt om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Al vrij snel na de invoering van de nieuwe Wet incassokosten blijkt dat verschillend kan worden gedacht over de vraag wanneer de kosten verschuldigd zijn. De rechtbank Arnhem (die een andere mening heeft over de incassokosten dan het gerechtshof Arnhem) heeft nu in een vonnis  gebruik gemaakt van de nieuwe mogelijkheid om vragen over de uitleg van art. 6:96 lid 6 BW te stellen aan de Hoge Raad.

De vraag aan de Hoge Raad

De rechtbank Arnhem heeft aan de Hoge Raad de volgende prejudiciële vraag gesteld:

Dient art. 6:96 lid 6 BW aldus te worden uitgelegd dat na het verzenden van de daarin genoemde veertiendagenbrief vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd, dus zonder dat de crediteur na het verzenden van die (veertiendagen)brief nog een nadere incassohandeling verricht?

 

separator

Deel dit artikel op social media: