phone icon020 696 3000
Nederlands | English
divider

Artikel

separator

Deel dit artikel op social media:


Alimentatie: moet voor de draagkracht van een ondernemer alleen naar zijn inkomen worden gekeken of ook naar het geld in het bedrijf?

/

Instantie: Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak: 26-06-2012
Datum publicatie: 12-03-2013
Zaaknummer: 200.095.060/01

Formele relaties: Eerste aanleg, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebied: Personen- en familierecht
Bijzonder kenmerk: Hoger beroep

Inhoudsindicatie:
Partneralimentatie, behoefte vrouw en draagkracht man in geschil. Ruimte voor dividenduitkering gelet op resultaten van de ondernemingen van de man.

Vindplaats: Rechtspraak.nl

 

Commentaar op de uitspraak

Een ondernemer is door de rechtbank veroordeeld om een hoog alimentatiebedrag te betalen aan zijn ex-vrouw. Hij is het niet eens met de uitspraak en gaat in hoger beroep bij het gerechtshof. Hij wil dat alleen naar zijn salaris wordt gekeken en niet naar het geld dat in het bedrijf zit. Ons kantoor voert verweer voor de ex-vrouw met als doel de gunstige uitspraak van de rechtbank bevestigd te krijgen door het gerechtshof.

Het hof stelt net als de rechtbank een hoge alimentatie vast. De balans en de winst- en verliesrekening van de onderneming wordt uitgepluist. De ondernemer kan bovenop zijn salaris geld opnemen uit zijn zaak, ook al zijn er andere aandeelhouders en stelt de bank de voorwaarde aan de ondernemer om geld in de zaak te laten.

De geldzaken van een ondernemer kunnen ingewikkeld zijn, omdat hij naast salaris (waarvan hij de hoogte deels zelf kan bepalen) ook vermogen kan hebben dat vastzit in het bedrijf. In dat geval moet de advocaat van de partner die alimentatie vraagt goed opletten en de jaarcijfers van de onderneming bestuderen zodat de rechter attent wordt gemaakt op extra geld dat voor verhoging van inkomen kan worden ingezet. Als je meer inkomen vrij kunt maken dan op je salarisstrook staat dan kun je ook meer alimentatie betalen aan je ex.

Update 5 mei 2014: deze uitspraak wordt gememoreerd door de advocaat-generaal bij de Hoge Raad in zijn conclusie van 14 maart 2014, kenmerk ECLI:NL:PHR:2014:186.

 

separator

Deel dit artikel op social media: