phone icon020 696 3000
Nederlands | English
divider

Artikel

separator

Deel dit artikel op social media:


Rechtszaak verloren: beroepsfout advocaat? Of een fout van de rechter?

/

Vol goede moed een rechtszaak beginnen en vervolgens ongelijk krijgen is niet prettig. Toch komt dat vaak voor: als twee partijen procederen kan er maar één winnen (ik houd het even simpel, want schikken kan natuurlijk ook, en er zijn ook situaties waarbij beide partijen gedeeltelijk (on)gelijk krijgen). De “verliezer” moet de klap verwerken en zal zichzelf de vraag stellen, hoe het heeft kunnen gebeuren dat de eis is afgewezen.

Zaak verloren, waar ligt het aan?

Als het goed is, staat het antwoord op deze vraag in het vonnis. Een vonnis moet aan de partij die ongelijk krijgt duidelijk maken waarom de rechtszaak niet is geslaagd. In die formulering (de “motivering”  van het vonnis) ligt soms nog een kans, een verborgen hint voor hoger beroep – wie een rechtszaak bij de rechtbank verliest kan immers (meestal) nog naar het gerechtshof. Dat is vooral zo bij zaken waar het gaat om feiten, die effectief zijn tegengesproken door de wederpartij. Die feiten zijn dan – in het jargon van de rechter – “gemotiveerd betwist” en daarom “niet vast komen te staan”. Het kan gebeuren dat de eiser die verloren heeft in hoger beroep gaat omdat hij verwacht  het bewijs van zijn stellingen alsnog te kunnen leveren. Er is bijvoorbeeld een nieuwe getuige, een nieuw deskundigenrapport of iets dergelijks. In sommige andere vonnissen lees je de cryptische woorden: “Niet gesteld of bewezen is…”. In die worden ligt soms een gemiste kans verborgen, want als het betreffende feit wèl gesteld of bewezen was, dan had de zaak anders kunnen aflopen. Ook dan valt serieus te denken over hoger beroep.

Ligt het aan de advocaat?

Dit zijn allemaal situaties waarvan je niet – of alleen bij uitzondering – kunt zeggen dat de advocaat van de eiser een fout heeft gemaakt; het is gewoonweg niet gelukt de zaak rond te krijgen. Ook kun je de rechter niet verwijten dat de eis is afgewezen. Maar wat nu als de advocaat of de rechter wel een fout hebben gemaakt? Voor veel mensen is het verschil niet duidelijk tussen een (beroeps)fout van hun advocaat, een fout van de rechter en “gewoon” een rechtszaak verliezen omdat het bewijs niet rond komt of anderszins. In dit blog probeer ik het verschil tussen deze categorieën aan te geven. Ik heb dit blog geschreven vanuit het perspectief van iemand die civielrechtelijk heeft geprocedeerd en verloren, die vervolgens zit met de vraag waar het aan ligt.

Geen fout gemaakt, toch verloren

Advocaten moeten kwaliteit leveren. Daar mag een cliënt op rekenen: deskundigheid is een “kernwaarde” van advocaten. Echter, wordt de zaak verloren, dan betekent dat zeker niet automatisch dat de advocaat een fout heeft gemaakt. Stelt u zich eens voor dat elke verloren rechtszaak betekende dat de advocaat “dus” een fout heeft gemaakt waarvoor hij aansprakelijk is. Dan zou elke verloren rechtszaak in theorie kunnen leiden tot een nieuwe zaak – van de ex-cliënt tegen de advocaat. Dat is natuurlijk niet logisch. De realiteit is dat uitslagen van een rechtszaak in sommige gevallen heel goed zijn te voorspellen en in andere gevallen juist niet. Sterker nog, advocaten zouden overbodig zijn als de uitslag van rechtszaken vantevoren te voorspellen was, maar zo ver zal het waarschijnlijk nooit komen.

Wie een zaak wint of verliest is vaak niet te voorspellen

Van veel zaken weet niemand – ook een ervaren advocaat niet – hoe het afloopt. Een advocaat doet zijn uiterste best, als het goed is – maar een garantie kan hij of zij niet geven. Het is met advocaten soms niet anders dan met de chirurgen van de eerste hulp van het ziekenhuis. Als een patiënt binnenkomt na een zwaar verkeersongeluk, dan probeer je zijn leven te redden. Soms gaat dat gewoon niet, omdat de verwondingen te zwaar zijn, maar moest het wel worden geprobeerd. Net zoals de chirurg dan niet aansprakelijk is als de patiënt overlijdt, geldt heel vaak dat een advocaat niet aansprakelijk is als een rechtszaak wordt verloren. Wel moeten de advocaat en een chirurg hun best doen en zij mogen geen fouten maken. Maar wat is dan precies een fout? Het is handig om eerst te kijken wat de wet zegt.

Criterium: ”redelijk vakbekwaam”

In artikel 7:401 BW staat het wettelijke criterium opgenomen (dat overigens ook voor andere “opdrachtnemers” geldt, zoals een notaris of een makelaar). De wet bepaalt dat een advocaat “redelijk vakbekwaam” te werk moet gaan. Als een cliënt zijn of haar voormalige advocaat aansprakelijk stelt in een civiele procedure bij de rechter, en de advocaat verweert zich met het standpunt dat de rechtszaak weliswaar is verloren, maar dat hij toch “redelijk vakbekwaam” werk heeft geleverd, zodat hem geen verwijt treft, dan moet de rechter zich de vraag stellen of dat inderdaad zo is. Een zaak kan verloren worden terwijl de rechter toch van mening is dat de advocaat de zaak op zichzelf redelijk vakbekwaam heeft behandeld, waarmee wordt bedoeld: zoals andere ervaren advocaten de zaak zouden hebben behandeld. Daarbij is er natuurlijk wel wat speling, want juridisch handwerk is niet in beton gegoten. Er bestaan geen vaste behandelprotocollen zoals in de medische wereld.

De advocaat maakt een beroepsfout

Er zijn ook gevallen waarin de advocaat – meestal zonder opzet – iets fout doet wat zonder twijfel een beroepsfout oplevert. Een voorbeeld is het niet halen van een termijn. Stel, een cliënt is failliet verklaard. De cliënt geeft opdracht om hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof. Dat moet binnen 8 dagen, maar de advocaat levert het beroepschrift pas na 14 dagen in bij het gerechtshof, en het gerechtshof verklaart de cliënt niet-ontvankelijk. Dan heeft de advocaat zonder twijfel een ernstige beroepsfout gemaakt: het hoger beroep kan niet meer worden behandeld en de cliënt blijft failliet. Het te laat instellen van het hoger beroep is niet redelijk vakbekwaam, omdat van een ervaren advocaat verwacht mag worden dat hij er voor zorgt dat het beroepschrift binnen de wettelijke beroepstermijn bij het Gerechtshof wordt ingediend. Nu weet u waarom advocaten maar geen afscheid van hun ouderwetse faxapparaat durven te nemen. Soms moet iets op de laatste minuut met 100% zekerheid bij de rechter worden ingediend, anders is het te laat en is de advocaat aansprakelijk voor de schade.

Beroepsfout, dan ook schadevergoeding betalen?

Veel mensen denken dat als de advocaat een beroepsfout heeft gemaakt, dan ook schadevergoeding betaald moet worden. Maar zo simpel is het niet. Het gaat er namelijk om wat de rechter beslist zou hebben als de fout niet zou zijn gemaakt. Dat is vaak erg lastig te beoordelen, omdat de uitkomst van procedures bij de rechter nu eenmaal moeilijk te voorspellen is. Er moet eigenlijk een “rechtszaak binnen de rechtszaak” (trial within a trial) plaatsvinden om vast te stellen hoe de rechtszaak die door de fout niet plaatsvond of niet op de gewenste manier plaats vindt, zou zijn afgelopen, als de fout niet was gemaakt. Dan spelen de verweren van de andere partij, die misschien wel de sterkste argumenten heeft, mee. Duidelijke gevallen waarin geen twijfel mogelijk is, zijn zeldzaam. Maar ze zijn er wel. Stel dat een zaak bij de rechtbank wordt verloren omdat een overtuigend bewijsstuk bij de cliënt thuis zoek is geraakt. En stel dat dit bewijsstuk na het vonnis tevoorschijn komt. De advocaat heeft echter te laat beroep ingesteld, terwijl hij wel opdracht had om dat te doen. Dan was het hoger beroep waarschijnlijk gewonnen door de partij die bij de eerste ronde ongelijk kreeg, en is de advocaat aansprakelijk voor de gevolgen van de beroepsfout. Daarvoor hebben advocaten overigens ook een beroepsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten.

Samenvatting

We hebben hiervoor gezien dat een rechtszaak kan worden verloren zonder dat de advocaat aansprakelijk is omdat hij de zaak ondanks de negatieve uitslag redelijk vakbekwaam heeft behandeld, en we hebben gezien dat er gevallen zijn waarin een advocaat een beroepsfout heeft gemaakt, waardoor de zaak wordt verloren of een kans om te winnen verloren gaat. Bij de beroepsfout is de advocaat echter niet automatisch aansprakelijk voor de schade, omdat het er om gaat hoe de situatie was geweest als de de fout niet zou zijn gemaakt. Nu is interessant om te kijken naar een variant: de rechtszaak wordt verloren, en het ligt niet aan de advocaat maar aan de rechter.

De rechter kan ook een fout  maken

Als rechters vonnissen schrijven moeten zij keuzes maken. Maar ook rechters kunnen zich vergissen, per abuis de wet verkeerd toepassen, of iets belangrijks over het hoofd zien. Het is de taak van de advocaat van de partij die ongelijk krijgt om het vonnis kritisch te lezen en zijn cliënt voor te lichten over de kansen van het instellen van hoger beroep. Dat is namelijk de logische reactie op een “fout” van de rechter: rechtspraak gaat niet altijd in één ronde, maar soms in twee – de herkansing – of soms zelfs in drie rondes. Binnen het systeem lopen de procespartijen risico op een fout van de rechter, die nu eenmaal niet onfeilbaar is, maar in veel gevallen is dat binnen het systeem op te lossen door naar een hogere rechter te gaan, die de fout in zijn uitspraak corrigeert. Fouten van rechters kunnen onopgemerkt blijven als de verliezer geen hoger beroep kan of wil instellen (procederen is niet goedkoop) en er zijn ook nog gevallen waarin de wet bepaalt dat hoger beroep niet kan. De partij die ongelijk krijgt moet ook zeker niet te snel denken dat de uitslag een fout van de rechter is – net zoals het ook maar zelden gaat om een beroepsfout van een advocaat. Daarmee komen we toe aan de vraag: wanneer maakt de rechter dan een fout, en hoe herken je dat?

Vaste baan gekregen, of niet?

De waarheid is dat een fout van een rechter moeilijk te ontdekken is en eigenlijk alleen kan blijken uit een vonnis van een hogere rechter waarmee het vonnis wordt “vernietigd”. Ik heb het dan niet over slordigheden of verschrijvingem, dat is gewoon te herstellen met een verzoek aan de rechter. Ik bedoel echte juridische fouten. Je zult hoger beroep in moeten stellen via een advocaat, om er achter te komen. Een voorbeeld van een zaak bij ons kantoor maakt dit duidelijk. Een vrouw  heeft jarenlang met tijdelijke arbeidscontracten gewerkt bij een bedrijf. In haar branche zegt de CAO dat zij inmiddels een vaste aanstelling heeft. Op een dag zegt de werkgever dat haar contract afloopt, en niet meer wordt verlengd. De vrouw gaat naar een advocaat, die na 4 maanden een “loonvordering” instelt bij de kantonrechter. De werkgever voert als verweer dat het gaat om een opzegging  van de arbeidsovereenkomst. Volgens een nieuwe wettelijke bepaling moet een werknemer dan binnen twee maanden naar de rechter om het ontslag aan te vechten.  Als deze redenering klopt, is de vrouw te laat. De vrouw heeft op zichzelf wel gelijk maar de wet is streng: als de “vervaltermijn” voorbij is, houdt het op. Wie heeft er gelijk?

Maakt de advocaat een beroepsfout?

De rechter past de nieuwe wetgeving (WWZ) als één van de eerste toe. De rechter ziet het ontslag als een opzegging zodat de vervaltermijn is gaan lopen. U raadt het al, de advocaat heeft de zaak volgens de kantonrechter te laat aanhangig gemaakt. Het vonnis leest zo op het eerste gezicht als een fout van de advocaat, die de wet niet goed heeft gelezen. De vrouw is (begrijpelijk) teleurgesteld in haar advocaat en komt bij ons kantoor voor een second opinion. Zij vraagt zich af of hoger beroep zin heeft, en ze wil weten of haar vorige advocaat een beroepsfout heeft gemaakt en aansprakelijk is.

Twee mogelijkheden

Wat nu? Er zijn twee mogelijkheden. Mogelijkheid 1:  het vonnis klopt. De advocaat heeft inderdaad een beroepsfout gemaakt. De eis had binnen twee maanden in moeten worden gesteld, maar nu is het te laat. Een redelijk vakbekwame advocaat kent de wet en had de fout niet mogen maken. En als de fout niet was gemaakt, ging het om een ijzersterke zaak, zodat de advocaat aansprakelijk is voor de schade (het misgelopen salaris over vele jaren). Mogelijkheid 2: de redenering van de rechter klopt niet. De vervaltermijn is niet van toepassing omdat geen sprake is van opzegging. De werkgever heeft namelijk niet bedoeld om een lopende overeenkomst op te zeggen, maar heeft niet meer of minder gesteld dan dat het oude contract afloopt terwijl geen nieuw contract wordt aangeboden, terwijl dat niet kan. Een ingewikkelde redenering, maar de wetgeving is nieuw, en er zit wat in. Je kunt twijfelen over de juistheid van het vonnis en op 2 paarden wedden. Hoger beroep instellen tegen het vonnis, èn de advocaat (die een verzekering heeft) aansprakelijk stellen.

Hulp uit onverwachte hoek

Al snel ontvangen we een reactie van de verzekeringsmaatschappij. U raadt het al, de verzekeraar zegt dat hun verzekerde – de vorige advocaat-  helemaal geen beroepsfout heeft gemaakt. Het is een foute toepassing van de wet door de rechter, en we moeten maar in hoger beroep gaan.  Tja, dat is al gebeurd. We vragen de verzekeraar nog wel om nog eens precies uit te leggen wat de rechter dan niet goed heeft gedaan. Want in deze zaak zijn er maar twee mogelijkheden: het is een fout van de vorige advocaat, of het is een fout van de rechter. De verzekeraar schakelt nu een advocatenkantoor in dat een lang advies schrijft waarmee het straatje van de advocaat wordt schoongepoetst. Dat gebruiken we om het hoger beroep te onderbouwen.

Gerechtshof

Het arrest van het gerechtshof maakt een paar maanden later duidelijk dat de kantonrechter het niet goed heeft gezien. De korte vervaltermijn geldt niet in dit geval. De wijze waarop de kantonrechter de wet heeft geinterpreteerd was fout: mededelen dat een contract niet wordt verlengd is iets anders dan een lopend arbeidscontract opzeggen. Hoger beroep heeft dus niet alleen de functie van het bieden van een tweede kans en het bieden van de mogelijkheid om een verkeerde aanpak van de eerste ronde te herstellen, hoger beroep is ook een manier om de hogere rechter opnieuw te laten kijken naar een verkeerde toepassing van een wetsartikel door de lagere rechter.  Sterker nog, bij nieuwe wetten is niet alles meteen duidelijk; nieuwe wetten worden in Den Haag niet altijd logisch in elkaar gezet, en als er weinig ervaring is met nieuwe wetgeving weet de praktijk nog niet hoe de wet moet worden toegepast: dat is pas duidelijk als bijzondere gevallen door de hogere rechters zijn behandeld. Hoe dan ook, door hoger beroep was de foute toepassing van de wet in dit geval recht te zetten, en met de uitspraak van het gerechtshof wordt ook duidelijk hoe de wet in vergelijkbare gevallen moet worden toegepast. De advocaat had dus wel de zaak verloren, maar geen beroepsfout gemaakt – de eerste advocaat had de zaak “redelijk vakbekwaam” behandeld. Dat wisten we pas na het hoger beroep. Stel dat in deze zaak geen hoger beroep was ingesteld, dan zou de cliënt altijd het gevoel hebben gehouden dat haar advocaat een fout had gemaakt door de zaak niet binnen de vervaltermijn aanhangig te maken. Maar dat was niet zo: het was de eerste rechter die het niet goed had gezien, en dat werd gecorrigeerd via het hoger beroep!

geschreven door Marius Hupkes

separator

Deel dit artikel op social media: