phone icon020 696 3000
Nederlands | English
divider

Artikelen


Ik heb een vaststellingsovereenkomst van mijn werkgever ontvangen. Wat nu?

Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende manieren eindigen. Dit is onder andere het geval als een werkgever en een werknemer een vaststellingsovereenkomst sluiten. Maar wat moet in zo’n overeenkomst staan? En wat zijn uw rechten en plichten? In deze blog leest u daarover meer.

Wat is een vaststellingsovereenkomst?

 In het arbeidsrecht wordt een vaststellingsovereenkomst ook wel een beëindigingsovereenkomst genoemd. In deze overeenkomst worden de afspraken tussen werkgever en werknemer rondom het ontslag vastgelegd.

Moet ik daar aan meewerken?

 Nee, dat hoeft niet. Een overeenkomst komst pas tot stand als beide partijen deze ondertekenen. Als zowel de werkgever als de werknemer instemmen, is sprake van een beëindiging met wederzijds goedvinden.

Wel is het verstandig na te gaan waarom de werkgever de arbeidsovereenkomst door middel van een vaststellingsovereenkomst wil beëindigen. Soms kan het namelijk raadzaam zijn om wel mee te werken, om een eventueel ontslag met nadeligere gevolgen te voorkomen.

Het kan echter ook een (betere) optie zijn om niet mee te werken, of na te gaan of de arbeidsovereenkomst onder betere voorwaarden (bijvoorbeeld een hogere ontslagvergoeding) kan eindigen.

Waar moet ik op letten?

 Als u openstaat voor een beëindiging door middel van een vaststellingsovereenkomst, is het van belang na te gaan of diverse onderwerpen (correct) in de overeenkomst zijn opgenomen. Hierna zullen enkele voorbeelden worden gegeven.

  • Einddatum

In de vaststellingsovereenkomst staat opgenomen op welke datum de arbeidsovereenkomst eindigt. Bij het bepalen van de einddatum dient rekening te worden gehouden met de fictieve opzegtermijn. Dit is de termijn die bij een opzegging door de werkgever zou gelden. Aangezien geen sprake is van een opzegging, maar een beëindiging met wederzijds goedvinden, spreekt men van een fictieve opzegtermijn.

  • Uitkering

Het UWV beslist of iemand na het einde van de arbeidsovereenkomst in aanmerking komt voor een uitkering. Dit beoordeelt het UWV onder andere aan de hand van de inhoud van de vaststellingsovereenkomst. Als bijvoorbeeld geen rekening is gehouden met de geldende fictieve opzegtermijn, zal het UWV een wachttermijn in rekening brengen. De uitkering gaat dan pas in op het moment dat de duur van de fictieve opzegtermijn is verstreken. Ook is het van belang dat de reden voor beëindiging, welke staat vermeld in de vaststellingsovereenkomst, het verstrekken van een WW-uitkering niet in de weg staat. Stel dat er bijvoorbeeld in de vaststellingsovereenkomst staat dat de werknemer verwijtbaar heeft gehandeld, of dat de beëindiging het initiatief van de werknemer was, verstrekt het UWV mogelijk geen uitkering.

  • Concurrentie- / relatiebeding

Als in uw geval een concurrentie- en/of relatiebeding geldt, is het van belang dat deze door ondertekening van de vaststellingsovereenkomst buiten werking wordt gesteld. Hierdoor bent u daar niet meer aan gebonden bij het zoeken / aannemen van een nieuwe baan.

  • Financiële voorwaarden

Ook is het goed na te gaan of er een ontslagvergoeding is opgenomen en zo ja, hoe hoog? Meestal knoopt een werkgever voor de hoogte van de vergoeding aan bij de transitievergoeding. Als er echter geen goede reden voor de beëindiging is, is de vergoeding vaak hoger. Ook komt het voor dat een vergoeding achterwege blijft, maar dat iemand bijvoorbeeld langer in dienst blijft en de werknemer wordt vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van loon.

En worden uw vakantiedagen bij het einde van het dienstverband uitbetaald? Meestal wil de werkgever opnemen dat de werknemer is vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden tot het einde van het dienstverband en dat de vakantiedagen dan volledig zijn gebruikt. De werknemer kan echter verlangen dat de opgebouwde vakantiedagen wel worden uitbetaald. Wat uiteindelijk wordt opgenomen in de vaststellingsovereenkomst hangt af van de specifieke situatie.

Tot slot

Het ondertekenen van een vaststellingsovereenkomst heeft verstrekkende gevolgen; zo verliest u onder andere uw baan. Het is uiteraard van groot belang dat u wel in aanmerking komt voor een uitkering en de mogelijke inkomensdaling wordt opgevangen door bijvoorbeeld een ontslagvergoeding.

Een advocaat kan de aan u voorgelegde vaststellingsovereenkomst controleren en u omtrent de (voorwaarden van de) beëindiging adviseren. Mogelijk staan er onjuiste bepalingen in de vaststellingsovereenkomst, ontbreken er belangrijke artikelen en/of kunnen de voorwaarden waaronder het dienstverband eindigt worden verbeterd.

De kosten voor de juridische bijstand worden meestal vergoed door de werkgever. Of mogelijk komt u in aanmerking voor door de overheid gefinancierde rechtsbijstand (toevoeging). De juridische bijstand is in veel gevallen dan ook (vrijwel) gratis.

Geplaatst door Leonie Keet

Lees verder
separator

Rechtszaak verloren: beroepsfout advocaat? Of een fout van de rechter?

Vol goede moed een rechtszaak beginnen en vervolgens ongelijk krijgen is niet prettig. Toch komt dat vaak voor: als twee partijen procederen kan er maar één winnen (ik houd het even simpel, want schikken kan natuurlijk ook, en er zijn ook situaties waarbij beide partijen gedeeltelijk (on)gelijk krijgen). De “verliezer” moet de klap verwerken en zal zichzelf de vraag stellen, hoe het heeft kunnen gebeuren dat de eis is afgewezen.

Zaak verloren, waar ligt het aan?

Als het goed is, staat het antwoord op deze vraag in het vonnis. Een vonnis moet aan de partij die ongelijk krijgt duidelijk maken waarom de rechtszaak niet is geslaagd. In die formulering (de “motivering”  van het vonnis) ligt soms nog een kans, een verborgen hint voor hoger beroep – wie een rechtszaak bij de rechtbank verliest kan immers (meestal) nog naar het gerechtshof. Dat is vooral zo bij zaken waar het gaat om feiten, die effectief zijn tegengesproken door de wederpartij. Die feiten zijn dan – in het jargon van de rechter – “gemotiveerd betwist” en daarom “niet vast komen te staan”. Het kan gebeuren dat de eiser die verloren heeft in hoger beroep gaat omdat hij verwacht  het bewijs van zijn stellingen alsnog te kunnen leveren. Er is bijvoorbeeld een nieuwe getuige, een nieuw deskundigenrapport of iets dergelijks. In sommige andere vonnissen lees je de cryptische woorden: “Niet gesteld of bewezen is…”. In die worden ligt soms een gemiste kans verborgen, want als het betreffende feit wèl gesteld of bewezen was, dan had de zaak anders kunnen aflopen. Ook dan valt serieus te denken over hoger beroep.

Ligt het aan de advocaat?

Dit zijn allemaal situaties waarvan je niet – of alleen bij uitzondering – kunt zeggen dat de advocaat van de eiser een fout heeft gemaakt; het is gewoonweg niet gelukt de zaak rond te krijgen. Ook kun je de rechter niet verwijten dat de eis is afgewezen. Maar wat nu als de advocaat of de rechter wel een fout hebben gemaakt? Voor veel mensen is het verschil niet duidelijk tussen een (beroeps)fout van hun advocaat, een fout van de rechter en “gewoon” een rechtszaak verliezen omdat het bewijs niet rond komt of anderszins. In dit blog probeer ik het verschil tussen deze categorieën aan te geven. Ik heb dit blog geschreven vanuit het perspectief van iemand die civielrechtelijk heeft geprocedeerd en verloren, die vervolgens zit met de vraag waar het aan ligt.

Geen fout gemaakt, toch verloren

Advocaten moeten kwaliteit leveren. Daar mag een cliënt op rekenen: deskundigheid is een “kernwaarde” van advocaten. Echter, wordt de zaak verloren, dan betekent dat zeker niet automatisch dat de advocaat een fout heeft gemaakt. Stelt u zich eens voor dat elke verloren rechtszaak betekende dat de advocaat “dus” een fout heeft gemaakt waarvoor hij aansprakelijk is. Dan zou elke verloren rechtszaak in theorie kunnen leiden tot een nieuwe zaak – van de ex-cliënt tegen de advocaat. Dat is natuurlijk niet logisch. De realiteit is dat uitslagen van een rechtszaak in sommige gevallen heel goed zijn te voorspellen en in andere gevallen juist niet. Sterker nog, advocaten zouden overbodig zijn als de uitslag van rechtszaken vantevoren te voorspellen was, maar zo ver zal het waarschijnlijk nooit komen.

Wie een zaak wint of verliest is vaak niet te voorspellen

Van veel zaken weet niemand – ook een ervaren advocaat niet – hoe het afloopt. Een advocaat doet zijn uiterste best, als het goed is – maar een garantie kan hij of zij niet geven. Het is met advocaten soms niet anders dan met de chirurgen van de eerste hulp van het ziekenhuis. Als een patiënt binnenkomt na een zwaar verkeersongeluk, dan probeer je zijn leven te redden. Soms gaat dat gewoon niet, omdat de verwondingen te zwaar zijn, maar moest het wel worden geprobeerd. Net zoals de chirurg dan niet aansprakelijk is als de patiënt overlijdt, geldt heel vaak dat een advocaat niet aansprakelijk is als een rechtszaak wordt verloren. Wel moeten de advocaat en een chirurg hun best doen en zij mogen geen fouten maken. Maar wat is dan precies een fout? Het is handig om eerst te kijken wat de wet zegt.

Criterium: ”redelijk vakbekwaam”

In artikel 7:401 BW staat het wettelijke criterium opgenomen (dat overigens ook voor andere “opdrachtnemers” geldt, zoals een notaris of een makelaar). De wet bepaalt dat een advocaat “redelijk vakbekwaam” te werk moet gaan. Als een cliënt zijn of haar voormalige advocaat aansprakelijk stelt in een civiele procedure bij de rechter, en de advocaat verweert zich met het standpunt dat de rechtszaak weliswaar is verloren, maar dat hij toch “redelijk vakbekwaam” werk heeft geleverd, zodat hem geen verwijt treft, dan moet de rechter zich de vraag stellen of dat inderdaad zo is. Een zaak kan verloren worden terwijl de rechter toch van mening is dat de advocaat de zaak op zichzelf redelijk vakbekwaam heeft behandeld, waarmee wordt bedoeld: zoals andere ervaren advocaten de zaak zouden hebben behandeld. Daarbij is er natuurlijk wel wat speling, want juridisch handwerk is niet in beton gegoten. Er bestaan geen vaste behandelprotocollen zoals in de medische wereld.

De advocaat maakt een beroepsfout

Er zijn ook gevallen waarin de advocaat – meestal zonder opzet – iets fout doet wat zonder twijfel een beroepsfout oplevert. Een voorbeeld is het niet halen van een termijn. Stel, een cliënt is failliet verklaard. De cliënt geeft opdracht om hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof. Dat moet binnen 8 dagen, maar de advocaat levert het beroepschrift pas na 14 dagen in bij het gerechtshof, en het gerechtshof verklaart de cliënt niet-ontvankelijk. Dan heeft de advocaat zonder twijfel een ernstige beroepsfout gemaakt: het hoger beroep kan niet meer worden behandeld en de cliënt blijft failliet. Het te laat instellen van het hoger beroep is niet redelijk vakbekwaam, omdat van een ervaren advocaat verwacht mag worden dat hij er voor zorgt dat het beroepschrift binnen de wettelijke beroepstermijn bij het Gerechtshof wordt ingediend. Nu weet u waarom advocaten maar geen afscheid van hun ouderwetse faxapparaat durven te nemen. Soms moet iets op de laatste minuut met 100% zekerheid bij de rechter worden ingediend, anders is het te laat en is de advocaat aansprakelijk voor de schade.

Beroepsfout, dan ook schadevergoeding betalen?

Veel mensen denken dat als de advocaat een beroepsfout heeft gemaakt, dan ook schadevergoeding betaald moet worden. Maar zo simpel is het niet. Het gaat er namelijk om wat de rechter beslist zou hebben als de fout niet zou zijn gemaakt. Dat is vaak erg lastig te beoordelen, omdat de uitkomst van procedures bij de rechter nu eenmaal moeilijk te voorspellen is. Er moet eigenlijk een “rechtszaak binnen de rechtszaak” (trial within a trial) plaatsvinden om vast te stellen hoe de rechtszaak die door de fout niet plaatsvond of niet op de gewenste manier plaats vindt, zou zijn afgelopen, als de fout niet was gemaakt. Dan spelen de verweren van de andere partij, die misschien wel de sterkste argumenten heeft, mee. Duidelijke gevallen waarin geen twijfel mogelijk is, zijn zeldzaam. Maar ze zijn er wel. Stel dat een zaak bij de rechtbank wordt verloren omdat een overtuigend bewijsstuk bij de cliënt thuis zoek is geraakt. En stel dat dit bewijsstuk na het vonnis tevoorschijn komt. De advocaat heeft echter te laat beroep ingesteld, terwijl hij wel opdracht had om dat te doen. Dan was het hoger beroep waarschijnlijk gewonnen door de partij die bij de eerste ronde ongelijk kreeg, en is de advocaat aansprakelijk voor de gevolgen van de beroepsfout. Daarvoor hebben advocaten overigens ook een beroepsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten.

Samenvatting

We hebben hiervoor gezien dat een rechtszaak kan worden verloren zonder dat de advocaat aansprakelijk is omdat hij de zaak ondanks de negatieve uitslag redelijk vakbekwaam heeft behandeld, en we hebben gezien dat er gevallen zijn waarin een advocaat een beroepsfout heeft gemaakt, waardoor de zaak wordt verloren of een kans om te winnen verloren gaat. Bij de beroepsfout is de advocaat echter niet automatisch aansprakelijk voor de schade, omdat het er om gaat hoe de situatie was geweest als de de fout niet zou zijn gemaakt. Nu is interessant om te kijken naar een variant: de rechtszaak wordt verloren, en het ligt niet aan de advocaat maar aan de rechter.

De rechter kan ook een fout  maken

Als rechters vonnissen schrijven moeten zij keuzes maken. Maar ook rechters kunnen zich vergissen, per abuis de wet verkeerd toepassen, of iets belangrijks over het hoofd zien. Het is de taak van de advocaat van de partij die ongelijk krijgt om het vonnis kritisch te lezen en zijn cliënt voor te lichten over de kansen van het instellen van hoger beroep. Dat is namelijk de logische reactie op een “fout” van de rechter: rechtspraak gaat niet altijd in één ronde, maar soms in twee – de herkansing – of soms zelfs in drie rondes. Binnen het systeem lopen de procespartijen risico op een fout van de rechter, die nu eenmaal niet onfeilbaar is, maar in veel gevallen is dat binnen het systeem op te lossen door naar een hogere rechter te gaan, die de fout in zijn uitspraak corrigeert. Fouten van rechters kunnen onopgemerkt blijven als de verliezer geen hoger beroep kan of wil instellen (procederen is niet goedkoop) en er zijn ook nog gevallen waarin de wet bepaalt dat hoger beroep niet kan. De partij die ongelijk krijgt moet ook zeker niet te snel denken dat de uitslag een fout van de rechter is – net zoals het ook maar zelden gaat om een beroepsfout van een advocaat. Daarmee komen we toe aan de vraag: wanneer maakt de rechter dan een fout, en hoe herken je dat?

Vaste baan gekregen, of niet?

De waarheid is dat een fout van een rechter moeilijk te ontdekken is en eigenlijk alleen kan blijken uit een vonnis van een hogere rechter waarmee het vonnis wordt “vernietigd”. Ik heb het dan niet over slordigheden of verschrijvingem, dat is gewoon te herstellen met een verzoek aan de rechter. Ik bedoel echte juridische fouten. Je zult hoger beroep in moeten stellen via een advocaat, om er achter te komen. Een voorbeeld van een zaak bij ons kantoor maakt dit duidelijk. Een vrouw  heeft jarenlang met tijdelijke arbeidscontracten gewerkt bij een bedrijf. In haar branche zegt de CAO dat zij inmiddels een vaste aanstelling heeft. Op een dag zegt de werkgever dat haar contract afloopt, en niet meer wordt verlengd. De vrouw gaat naar een advocaat, die na 4 maanden een “loonvordering” instelt bij de kantonrechter. De werkgever voert als verweer dat het gaat om een opzegging  van de arbeidsovereenkomst. Volgens een nieuwe wettelijke bepaling moet een werknemer dan binnen twee maanden naar de rechter om het ontslag aan te vechten.  Als deze redenering klopt, is de vrouw te laat. De vrouw heeft op zichzelf wel gelijk maar de wet is streng: als de “vervaltermijn” voorbij is, houdt het op. Wie heeft er gelijk?

Maakt de advocaat een beroepsfout?

De rechter past de nieuwe wetgeving (WWZ) als één van de eerste toe. De rechter ziet het ontslag als een opzegging zodat de vervaltermijn is gaan lopen. U raadt het al, de advocaat heeft de zaak volgens de kantonrechter te laat aanhangig gemaakt. Het vonnis leest zo op het eerste gezicht als een fout van de advocaat, die de wet niet goed heeft gelezen. De vrouw is (begrijpelijk) teleurgesteld in haar advocaat en komt bij ons kantoor voor een second opinion. Zij vraagt zich af of hoger beroep zin heeft, en ze wil weten of haar vorige advocaat een beroepsfout heeft gemaakt en aansprakelijk is.

Twee mogelijkheden

Wat nu? Er zijn twee mogelijkheden. Mogelijkheid 1:  het vonnis klopt. De advocaat heeft inderdaad een beroepsfout gemaakt. De eis had binnen twee maanden in moeten worden gesteld, maar nu is het te laat. Een redelijk vakbekwame advocaat kent de wet en had de fout niet mogen maken. En als de fout niet was gemaakt, ging het om een ijzersterke zaak, zodat de advocaat aansprakelijk is voor de schade (het misgelopen salaris over vele jaren). Mogelijkheid 2: de redenering van de rechter klopt niet. De vervaltermijn is niet van toepassing omdat geen sprake is van opzegging. De werkgever heeft namelijk niet bedoeld om een lopende overeenkomst op te zeggen, maar heeft niet meer of minder gesteld dan dat het oude contract afloopt terwijl geen nieuw contract wordt aangeboden, terwijl dat niet kan. Een ingewikkelde redenering, maar de wetgeving is nieuw, en er zit wat in. Je kunt twijfelen over de juistheid van het vonnis en op 2 paarden wedden. Hoger beroep instellen tegen het vonnis, èn de advocaat (die een verzekering heeft) aansprakelijk stellen.

Hulp uit onverwachte hoek

Al snel ontvangen we een reactie van de verzekeringsmaatschappij. U raadt het al, de verzekeraar zegt dat hun verzekerde – de vorige advocaat-  helemaal geen beroepsfout heeft gemaakt. Het is een foute toepassing van de wet door de rechter, en we moeten maar in hoger beroep gaan.  Tja, dat is al gebeurd. We vragen de verzekeraar nog wel om nog eens precies uit te leggen wat de rechter dan niet goed heeft gedaan. Want in deze zaak zijn er maar twee mogelijkheden: het is een fout van de vorige advocaat, of het is een fout van de rechter. De verzekeraar schakelt nu een advocatenkantoor in dat een lang advies schrijft waarmee het straatje van de advocaat wordt schoongepoetst. Dat gebruiken we om het hoger beroep te onderbouwen.

Gerechtshof

Het arrest van het gerechtshof maakt een paar maanden later duidelijk dat de kantonrechter het niet goed heeft gezien. De korte vervaltermijn geldt niet in dit geval. De wijze waarop de kantonrechter de wet heeft geinterpreteerd was fout: mededelen dat een contract niet wordt verlengd is iets anders dan een lopend arbeidscontract opzeggen. Hoger beroep heeft dus niet alleen de functie van het bieden van een tweede kans en het bieden van de mogelijkheid om een verkeerde aanpak van de eerste ronde te herstellen, hoger beroep is ook een manier om de hogere rechter opnieuw te laten kijken naar een verkeerde toepassing van een wetsartikel door de lagere rechter.  Sterker nog, bij nieuwe wetten is niet alles meteen duidelijk; nieuwe wetten worden in Den Haag niet altijd logisch in elkaar gezet, en als er weinig ervaring is met nieuwe wetgeving weet de praktijk nog niet hoe de wet moet worden toegepast: dat is pas duidelijk als bijzondere gevallen door de hogere rechters zijn behandeld. Hoe dan ook, door hoger beroep was de foute toepassing van de wet in dit geval recht te zetten, en met de uitspraak van het gerechtshof wordt ook duidelijk hoe de wet in vergelijkbare gevallen moet worden toegepast. De advocaat had dus wel de zaak verloren, maar geen beroepsfout gemaakt – de eerste advocaat had de zaak “redelijk vakbekwaam” behandeld. Dat wisten we pas na het hoger beroep. Stel dat in deze zaak geen hoger beroep was ingesteld, dan zou de cliënt altijd het gevoel hebben gehouden dat haar advocaat een fout had gemaakt door de zaak niet binnen de vervaltermijn aanhangig te maken. Maar dat was niet zo: het was de eerste rechter die het niet goed had gezien, en dat werd gecorrigeerd via het hoger beroep!

geschreven door Marius Hupkes

Lees verder
separator

Hoe werkt een klachtprocedure tegen een advocaat?

Wie ontevreden is over zijn advocaat – of de advocaat van de tegenpartij – kan een klacht indienen. Hoe zit deze procedure in elkaar, en wat is de taak van de Raad van Discipline, de tuchtrechter voor de advocatuur?

Klacht bij het kantoor

Een cliënt (of tegenpartij) die niet tevreden is met de manier waarop een advocaat de zaak heeft behandeld, of die zit met de gevolgen van een verloren rechtszaak, kan een klacht indienen bij de klachtenfunctionaris van het kantoor. Advocatenkantoren hebben verplicht een klachtenfunctionaris en een klachtenreglement. De klachtbehandelaar lost in de praktijk veel -vooral kleinere- klachten op.  Bijvoorbeeld als het gaat om miscommunicatie, bejegening en bereikbaarheid – doorgaans klachten waar geen schokkende  financiële schade is geleden, of klachten over de hoogte van declaraties. Als een klacht direct wordt ingediend bij de Deken, zoals gebeurde voor de invoering van de nieuwe advocatenwet in 2015, kan de Deken de klacht terugsturen naar de klachtenfunctionaris van het kantoor. Het gaat namelijk om een verplichte voorprocedure.

Alternatief: geschillencommissie

Er bestaat ook een geschillencommissie die klachten behandelt tegen advocaten. Niet alle advocaten zijn aangesloten bij de geschillencommissie, maar een advocaat en een klager kunnen wel afspreken dat een zaak aan deze instantie wordt voorgelegd. De geschillencommissie is bedoeld voor klachten van (ex)cliënten van de advocaat en niet voor tegenpartijen. Een verschil met de tuchtrechtelijke procedure is dat de advocaat door de geschillencommissie kan worden veroordeeld schadevergoeding te betalen (tot maximaal € 10.000). Omgekeerd kan de advocaat ook een oordeel vragen over een niet-betaalde declaratie.

Klacht bij de Deken

Als de klacht niet wordt opgelost via de interne klachtenprocedure of via de geschillencommissie, kan een klacht worden ingediend bij de deken. De deken is de voorzitter van de plaatselijke Orde van Advocaten, de “Raad van de Orde”. Deze raad en de deken zijn toezichthouder op de lokale advocatuur. Eén van de taken van de deken is het behandelen van klachten tegen advocaten. In de praktijk wordt de klachtbehandeling ook wel verzorgd door de stafmedewerkers van de deken en door andere leden van de Raad van de Orde. De dekens gaan te werk volgens de “leidraad dekenale klachtbehandeling”.

Hoe behandelt de Deken klachten?

De klachtprocedure is informeel. De indiener van de klacht (“klager”) kan een brief of een email schrijven, die in behandeling wordt genomen. De deken vraagt een reactie op bij de advocaat (“verweerder”). De procedure loopt in Amsterdam meestal schriftelijk. In sommige andere arrondissementen wordt een bespreking (een soort informele zitting)  gehouden op het kantoor van de deken. Regelmatig leidt de dekenbehandeling tot een oplossing. Bijvoorbeeld als de advocaat een (beroeps)fout erkent en een vergoeding aanbiedt. Meestal zal daarmee de kous af zijn: de klager trekt de klacht in. In andere gevallen wordt de klacht uiteindelijk ingediend bij de Raad van Discipline, de tuchtrechtelijke instantie voor de advocatuur. In dat geval moet de klager een griffierecht van € 50 betalen. Dit bedrag is bedoeld als een heffing aan de poort om onzinklachten tegen te houden.

Raad van Discipline

De tuchtrechter oordeelt over klachten tegen advocaten. Het kan ook gaan om “bezwaren” van de Deken: niet elke zaak die de raad behandelt is afkomstig van cliënten of tegenpartijen. De tuchtrechter houdt bij de nieuw binnengekomen klachten een voorselectie. Klachten die duidelijk niet gegrond zijn – en dat zijn er heel wat – worden afgevangen en direct op een zijspoor gezet met een “kennelijk ongegrond”-beslissing van de voorzitter, zonder zitting. Tegen dat type beslissingen kan de klager alleen nog verzet instellen. Verzet slaagt soms (niet vaak) en dan wordt de zaak alsnog verder behandeld via het normale spoor.

De standaardprocedure bij de Raad

Bij dit normale spoor wordt de klacht op een rechtszitting behandeld door drie tuchtrechters en een griffier. De voorzitter is afkomstig uit de rechterlijke macht en de leden zijn afkomstig uit de advocatuur. Bij de invoering van een nieuwe advocatenwet in 2015 is over deze samenstelling goed nagedacht. Als advocaten over collega’s oordelen kan dit – al dan niet terecht – een gevoel geven dat de slager zijn eigen vlees keurt. Bij de eerste plannen wilde de regering leden van buiten toelaten, zoals bijvoorbeeld een vertegenwoordiger van de consumentenbond of leken (mensen van buiten de beroepsgroep). Dit is uiteindelijk niet gebeurd (al zijn er wel externe toezichthouders aangesteld over de advocatuur als geheel). De wetgever vond dat er geen reden was om aan te nemen dat de advocaat-leden van de raden (en het hof) van discipline niet onafhankelijk of niet voldoende kritisch waren. Als je de beslissingen van de raden en het Hof van Discipline op overheid.tuchtrecht.nl leest, zie je ook dat de uitspraken soms behoorlijk streng zijn. Een advocaat wordt soms stevig aangepakt en de les gelezen door zijn collega’s die in de Raad zitten.

Klacht is niet altijd nodig

Klagen tegen een advocaat heeft niet altijd zin. Stel dat het gaat om een duidelijke en niet al te ingewikkelde beroepsfout. Bijvoorbeeld een te laat ingesteld hoger beroep. Dan is voorspelbaar dat de tuchtrechter de klacht gegrond zal verklaren. Er is namelijk niet veel discussie mogelijk of sprake is van een beroepsfout: de termijn staat in de wet. Als de klager de advocaat aansprakelijk stelt en schadevergoeding wil, dan kan in deze situatie de stap van een klacht bij de Deken, gevolgd door een procedure bij de tuchtrechter, net zo goed worden overgeslagen. Alhoewel: een klacht is een betrekkelijk goedkope procedure met een griffierecht van slechts € 50. Er is altijd kans dat de klacht leidt tot een oplossing zodat een vervolgprocedure over de schade bij de civiele rechter niet meer nodig is. Vanuit het perspectief van de klager kan een klacht dus wel een zinvolle procedure zijn.

Het doel van tuchtrecht

Anderzijds: het doel van het advocatentuchtrecht is niet om gedupeerde cliënten aan schadevergoeding te helpen, alhoeveel veel klachten wel met die gedachte worden ingediend. Voor (kleine) schadevergoedingen en klachten van ex-cliënten die niet echt tuchtrechtelijk van aard zijn, is de geschillencommissie een beter alternatief. Het oorspronkelijke doel van het tuchtrecht is om het functioneren van de beroepsgroep te verbeteren. Dat doel is nog steeds de rode draad bij de beslissingen van de raden van discipline. Er is bovendien een verschil tussen de manier waarop de tuchtrechter aankijkt tegen klachten van cliënten en klachten van tegenpartijen.

Klachten van de tegenpartij

Een klacht van een tegenpartij maakt in het algemeen veel minder kans om gegrond verklaard te worden dan een klacht van de eigen cliënt. De advocaat heeft een “ruime vrijheid” tegenover de wederpartij. Dat is ook logisch: deze wederpartij zou zelf ook niet moeten willen dat zijn eigen advocaat beperkt wordt in zijn vrijheid, want dat kan in zijn nadeel uitwerken. De ruime vrijheid is nodig voor de advocaten van de beide kanten: de vrijheid die de advocaat van de wederpartij heeft is de prijs die wordt betaald voor de vrijheid van de eigen advocaat en die vrijheid is in feite een eigen belang van de cliënt. Dat betekent niet dat de advocaat van de wederpartij alles mag: hij mag bijvoorbeeld niet liegen (in het jargon van de tuchtrechter: “feiten poneren waarvan hij weet dat deze niet juist zijn”). Anderzijds mag een advocaat wel stevige standpunten innemen en moet hij dat soms zelfs doen omdat zijn cliënt daarbij belang kan hebben. Daarbij mag de advocaat afgaan op plausibele informatie die de cliënt hem geeft (de objectieve waarheid kan later anders blijken te zijn, maar dat betekent dus niet dat de klacht gegrond zal worden verklaard!).

De klacht van de eigen cliënt

Een klacht van een eigen cliënt vertelt een ander verhaal, namelijk hoe de cliënt de rechtshulp heeft beleefd.  En het gaat in de advocatuur primair om de eigen cliënt. De advocaat is principieel een partijdige belangenbehartiger. Hoewel sommigen daar anders over denken staat dat duidelijk in art. 10a van de Advocatenwet: “de advocaat is partijdig bij het behartigen van de belangen van zijn cliënt”. Deze regel is een van de kernwaarden van het vak. De andere kernwaarden zijn: deskundigheid, integriteit, onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid. Als een klacht van een eigen cliënt gegrond is, dan gaat het uiteindelijk om een schending van één van deze kernwaarden. Als een advocaat veel klachten krijgt van eigen cliënten, geeft dat te denken. Sinds 1 januari 2015 bestaat een register waarin de advocaten die door de tuchtrechter worden geschorst of geschrapt (de zwaarste tuchtrechtelijke straffen) worden genoteerd. Gelukkig worden andere advocaten nooit, of zeer incidenteel met een klacht geconfronteerd. Het aantal klachten zegt verder ook niet alles over een advocaat. Op sommige rechtsgebieden wordt meer geklaagd dan op andere rechtsgebieden. Advocaten die veel procederen krijgen vaker te maken met klachten dan advocaten die vooral adviseren.  Advocaten opereren per definitie op moeilijk terrein met tegenstrijdige belangen: waar gehakt wordt vallen spaanders. Overweegt u een klacht indienen tegen een advocaat? Dan hoop ik dat dit blog u wijzer heeft gemaakt over de (on)mogelijkheden en de zin van het indienen van een klacht en de alternatieven!

 

Geschreven door Marius Hupkes

 

 

 

 

 

De auteur is advocaat. Hij was tot 1 januari 2015 plv. griffier van de Raad van Discipline te Amsterdam.

Lees verder
separator

Diederik Ruys stapt over naar ons kantoor

Arbeidsrechtadvocaat en MfN-registermediator Diederik Ruys stapt over naar ons kantoor. Hij gaat onder meer de mediationpraktijk opzetten.

Lees verder
separator

Hoe kom je aan je salaris als je werkgever door UWV verplicht is langer loon door te betalen?

Als een werknemer ziek wordt, moet de werkgever maximaal 2 jaar het salaris betalen. Als de werknemer na 2 jaar nog steeds ziek is, kan de werknemer een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA) aanvragen bij UWV. Soms neemt het UWV deze aanvraag nog niet in behandeling omdat de werkgever niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. UWV besluit dan dat de loondoorbetalingsverplichting wordt verlengd. Wat moet een werknemer dan doen? Hoe zorg je er voor dat je je salaris alsnog ontvangt?

Lees verder
separator

Is beslag ten laste van een onbekende tegenpartij mogelijk?

Bij oplichting wil de dader graag buiten beeld blijven. Banken laten oplichters toe om een bankrekening te openen met een onduidelijke naam zodat de identiteit van de rekeninghouder onduidelijk is. Kan dan toch beslag worden gelegd op de bankrekening, hoewel je bij een gerechtelijke procedure wel moet weten wie de tegenpartij is?

Lees verder
separator

Goodwill bij het einde van de Agentuurovereenkomst

In de zaak Corendon/Prijsvrij heeft de Hoge Raad de berekening van goodwill bij beëindiging van een agentuurovereenkomst iets aangescherpt. De agent kan in dat geval niet zomaar stellen dat hij recht heeft op goodwill doordat de agent business voor de principaal heeft verzorgd.

Lees verder
separator

Sun City, 30 jaar later

Oom Hein was dood. Ergens in Afrika had hij gezeten. En zijn nichtje Sally* uit Almere was zijn enige erfgenaam. Een verhaal uit de praktijk over een erfenis uit de Apartheidstijd, en hoe de Afrikaner advocaten zich aanpassen aan de nieuwe omstandigheden in hun land. “Dank vir die wyse raad”

Lees verder
separator

Mag een derde een “niet te goeder trouw” schuld betalen?

Waarom zou een derde een fraudeschuld betalen? Fraudeschulden die niet ouder zijn dan 5 jaar worden “tegengeworpen”. Als je niet te goeder trouw bent geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van schulden, zal de rechter het toelatingsverzoek afwijzen. Maar het komt maar weinig voor dat alle schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan.

Lees verder
separator

In de WSNP dankzij de hardheidsclausule! Maar hoe?

Toelating tot de WSNP is niet mogelijk bij schulden die niet te goeder trouw zijn ontstaan, tenzij de schuldenaar met succes een beroep op de hardheidsclausule doet. Hoe wordt deze clausule in de praktijk toegepast en wat moet de schuldenaar doen om de rechter te overtuigen?

Lees verder
separator

Schuldsanering: wat zijn “schulden niet te goeder trouw?”

de rechter wijst een WSNP-verzoek af als sprake is van schulden die niet te goeder trouw zijn ontstaan. Maar wat zijn dat precies: schulden die niet te goeder trouw zijn ontstaan? En wat kun je bij een toelatingsverzoek als schuldhulpverlener vooraf doen?

Lees verder
separator

Werken met de landelijke uniforme beoordelingscriteria in WSNP-zaken

De Landelijke Uniforme Beoordelingscriteria toelating schuldsaneringsregeling (LUBC), zijn een bijlage (IV) bij het Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken van de rechtbanken.
rechtbanken. In de LUBC zijn criteria opgenomen voor de toelating tot de WSNP. De LUBC komen voort uit rechtspraak en zijn bedoeld om de toepassing van de WSNP landelijk zoveel mogelijk op een lijn te krijgen. Voor schuldhulpverleners en advocaten die voor hun client de kans op toelating tot de WSNP willen vergroten, zijn de LUBC een belangrijke bron van informatie.

Lees verder
separator

Jongerencontract of huur voor korte duur: het verschil

Er zijn twee types huurcontracten waarmee kort kan worden gehuurd. De kantonrechter Amsterdam heeft in een uitspraak duidelijk gemaakt dat het “jongerencontract” tenminste 5 jaar duurt en dat de jongere niet uit de woning kan worden gezet gedurende deze periode. Gunstig voor jongeren, maar een tegenvaller voor woningcorporaties die deze uitleg van de wet bestrijden.

Lees verder
separator

Toevoeging en schuldsanering: wat kost de advocaat?

Bij een procedure over de WSNP bestaat altijd recht op een toegevoegde advocaat. Maar hoe zit dat als iemand wel schulden heeft, maar nog niet in de WSNP zit? En wat is de oplossing als de gemeente aan iemand met schulden de eis stelt eerst een dure juridische procedure te voeren, als op dat moment nog geen recht op een toevoeging bestaat?

Lees verder
separator

Rockband eist 5 kratten bier

Verhaal uit de praktijk: “Een grote Amerikaanse slee arriveerde voor ons kantoor. De partners riepen direct dat de jongste stagiair de zaak maar moest maar doen – dat was ik dus. Het waren rockers”.

Lees verder
separator

Is bezwaar zinvol als de gemeente schuldhulpverlening weigert?

Gemeentes weigeren soms toegang tot de schuldhulpverlening, het voortraject voor de WSNP. In de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening staat ook een andere definitie van fraudeschuld dan in de Faillissementswet. Daardoor blijven burgers in sommige gemeentes verstoken van hulp en komen zij niet in de WSNP. Het is zinvol om vaker bezwaar te maken tegen dit soort besluiten van de gemeente. Na de beslissing op bezwaar kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank. Op die manier kan duidelijk worden waar de grenzen liggen en wat een gemeente minimaal moet leveren. Beschermingsbewindvoerders kunnen een signalerende rol spelen in dit soort gevallen.

Lees verder
separator

Advocaat in Amsterdam-Zuid deel 2: “de veiling”

Deel 2 van het feuilleton: Advocaat in Amsterdam-Zuid. De consul van Israel gaat met zijn Ferrari naar een veiling. De verzameling Herman Brood-schilderijen van zijn buurman de filmregisseur gaat onder de hamer. We moeten een list bedenken. De deurwaarder baalt stevig en verlangt naar zijn avondje TV show.

Lees verder
separator

claimstichtingen Volkswagen moeten samenwerken

Volkswagen wordt door meerdere claimstichtingen aangepakt vanwege de sjoemelsoftware in hun dieselauto’s. Onze advocaat Marius Hupkes in De Telegraaf: “samenwerking is belangrijk, de les van de zaak Loterijverlies is dat claimstichtingen makkelijk tegen elkaar uit kunnen worden gespeeld. Het risico is dat Volkswagen zaken doet met de partij die het minst in de wacht sleept voor de gedupeerden”.

Lees verder
separator

Kun je een omgangsregeling laten nakomen via een kort geding?

Een kort geding kan helpen als een omgangsregeling niet wordt nagekomen. Dat geldt zowel voor bestaande contactregelingen die niet meer worden nagekomen door de verzorgende ouder als voor het vaststellen van een nieuwe, voorlopige omgangsregeling. De rechter kan een dwangsom inzetten zodat het contact met de andere ouder daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

Lees verder
separator

Opinie. Teeven in de Raad van State? Wraak!

Een persoonlijke opinie over de voorgenomen benoeming van Fred Teeven in de Raad van State. In een interview met de Groene Amsterdammer zegt de oud-staatssecretaris dat hij ging bezuinigen op de advocatuur om de verdediging van verdachten in het strafproces te bemoeilijken. Dat deed hij toen het strenger maken van het strafrecht niet lukte.

Lees verder
separator

Hoe werkt de verdeling van een gemeenschappelijk lidmaatschapsrecht in een CFV?

In de grote steden komen ze nog voor: cooperatieve flatverenigingen. Hoe is de financiering van de aankoop en de levering van de eigendom bij verkoop, dan wel de verdeling van de eigendom bij scheiding of bij een nalatenschap bij deze lidmaatschapsrechten geregeld?

Lees verder
separator

Kan een kind een huurcontract overnemen?

Medehuur is bedoeld voor echtgenoten of voor partners die samenwonen. Het lukt een kind bijna nooit om een huurovereenkomst over te nemen van een ouder. Maar daarop bestaan wel uitzonderingen: soms kan een kind toch medehuurder worden en op die manier in een huurwoning blijven.

Lees verder
separator

Hoge Raad verduidelijkt eisen omzetting faillissement in WSNP

De Hoge Raad heeft in een uitspraak van 14 april 2017 duidelijkheid gegeven over de eisen waaraan een verzoek tot omzetting van faillissement in de wettelijke schuldsaneringsregeling (art. 15b Fw.) moet voldoen. Er was sprake van onduidelijkheid in de praktijk na een eerdere uitspraak. De Hoge Raad laat nu geen misverstand bestaan: een minnelijk traject is niet nodig als vanuit faillissement toelating tot de WSNP wordt verzocht.

Lees verder
separator

Verzet tegen faillietverklaring: aanvrager betalen is voldoende

Als een onderneming (of een particulier) failliet wordt verklaard zonder dat de eigenaar of privé-persoon op de zitting komt om verweer te voeren, dan wordt het faillissement bij verstek uitgesproken. Voor een geslaagde verzetprocedure hoeft alleen de aanvrager van het faillissement te worden betaald. De toetsing is anders dan bij een hoger beroep.

Lees verder
separator

Dwangakkoord met één schuldeiser is toch mogelijk?

Als een schuldenaar slechts één grote schuld aan één schuldeiser heeft, dan kan de WSNP worden toegepast. Maar kan ook een dwangakkoord worden ingezet om deze schuld te saneren? Of stelt de wet de eis dat er meer dan één schuldeiser moet zijn? De lagere rechtspraak was over deze vraag verdeeld. Er is nu een richtinggevende uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Lees verder
separator

Rozen dood

De autohandelaar had een nieuwe vriendin uit Katendrecht. Nu het met de autohandel wat minder ging verdiende zijn vriendin wat bij. Na driemaal in de kerk op zondag wilden de inwoners van Werkendam wel eens iets anders. Hoe het afloopt lees je in dit verhaal uit de serie waarmee Leendert Kranendonk terugblikt op zijn 35-jarige loopbaan in de advocatuur.

Lees verder
separator

Meier Lausberg wil liever Max heten

Een verhaal uit de praktijk. “….zijn Hollandse baas zette de naam Max op het arbeidscontract. Max klonk toch minder joods dan Meier. Vanaf dat moment kende iedereen Meier als Max. Hij ging door voor arisch, werkte in het hol van de leeuw waar hij niet verdacht was, en rolde moeiteloos de oorlog door. Max had veel te vertellen. Natuurlijk kwamen er nazi’s naar de Deutsche Bank op de Herengracht en was hij bang door de mand te vallen.”

Lees verder
separator