Een brandverzekering sluit je af in de hoop dat je hem nooit nodig hebt. Maar als je toch schade lijdt, dan wil je de schade vergoed krijgen. Het komt echter regelmatig voor dat verzekeraars de vergoeding weigeren, en gedupeerden spannen dan ook met de regelmaat van de klok procedures aan tegen verzekeringsmaatschappijen.

Wijze lessen

Uit de resultaten van rechtszaken tegen verzekeraars vallen wijze lessen te leren. Dat geldt zowel voor de verzekeraar die de hand op de knip houdt, als voor de benadeelde die na het weigeren van schade-uitkering de moeite neemt om naar de rechter te gaan.

Patroon

Wie rechterlijke uitspraken van procedures tegen verzekeringsmaatschappijen bestudeert ontdekt al snel een patroon. Het gaat meestal als volgt. De gedupeerde meldt de brandschade aan en doet een beroep op de verzekering; de verzekeraar vraagt informatie op bij de verzekerde over de toedracht of doet zelf onderzoek naar de oorzaak; en niet veel later wijst de verzekeraar de schadevergoeding af met een reden die de gedupeerde niet zag aankomen. Een beroep op kleine lettertjes, een flauwe of vergezochte reden, of iets anders dat in de ogen van de verzekeraar niet goed is gegaan.

Advocaat

Gedupeerden komen na zo’n afwijzing op eigen kracht vaak niet verder tegen een machtige organisatie als een verzekeraar en zijn genoodzaakt een advocaat in te schakelen. In een bepaald aantal gevallen leidt dat alsnog tot erkenning van de claim zonder rechtszaak. Voor de gedupeerde is dat wel zo plezierig, omdat een rechtszaak nu eenmaal tijd en geld kost. Daarbij komt dat een rechtszaak ook risico kent. Een goede advocaat kan wel de kans van slagen inschatten, maar geen enkele advocaat kan garanties geven over de uitslag van een rechtszaak, zeker niet tegen een machtige en rijke onderneming.

Verzekeraar Vivat weigert schade afgebrand pand te vergoeden

Gelukkig zijn er regelmatig verzekerden die geen genoegen nemen met een onredelijke afwijzing van hun verzekeraar. Zij trekken met hun advocaat ten strijde en deze uitspraken zijn zoals gezegd leerzaam. Op 25 september 2018 deed de Kort geding rechter in Amsterdam een uitspraak in een zaak van een eigenaar van een afgebrand pand tegen verzekeraar Vivat. Wat was het geval: een vastgoedbelegger is eigenaar van een pand dat vanaf 2011 tegen brand is verzekerd bij Vivat. Bij de aanvraag moest de belegger op een aanvraagformulier doorgeven hoe het pand zal worden gebruikt. Hierbij is de term “woonzorgcentrum” ingevuld, de toenmalige bestemming. Maar deze wijze van gebruik verandert na 2011 enkele malen. Eerst functioneert het pand als asielzoekerscentrum en later wordt het pand een pension voor (oost-europese) arbeidsmigranten. Er komt ook een huismeester die de boel in de gaten houdt.

Risico-inschatting

Dat Vivat wil weten hoe het pand wordt gebruikt, is niet vreemd. Een verzekeraar wil immers risico inschatten, maar ook een concurrerende premie bieden. Het risico op brand bij een chemische fabriek is natuurlijk hoger dan bij een accountantskantoor, om maar iets te noemen. En je kunt je ook voorstellen dat het risico op brand in een woonzorgcentrum (voor ouderen?) lager is omdat daar veel personeel rondloopt, terwijl het risico op brand bij de huisvesting voor arbeidsmigranten (jongeren?) misschien wat groter is. Alhoewel, als het gaat om dementerende ouderen dan is het risico misschien weer groter….

Hoe wordt het pand gebruikt?

U raadt het al. Het pand brandt af en de eigenaar claimt de schade bij verzekeraar Vivat. Vivat weigert de schade te vergoeden omdat  de bestemming “huisvesting arbeidsmigranten” niet valt onder de term “woonzorgcentrum” (aldus Vivat). De eigenaar van het pand legt de zaak voor aan de rechter. De rechter kijkt bij zijn beoordeling in de eerste plaats naar de polisvoorwaarden, maar ook naar de manier waarop Vivat feitelijk omgaat met de genoteerde, op de polis uit 2011 omschreven bestemming. Vivat wist op een zeker moment dat het pand niet als woonzorgcentrum werd gebruikt, maar als asielzoekerscentrum. Voor Vivat was dat toen geen reden de polis aan te passen. De verzekering liep gewoon door en werd niet aangepast. De rechter concludeert dan ook dat Vivat kennelijk een ruime definitie hanteert van het begrip woonzorgcentrum. De rechter trekt dat de conclusie dat de pandeigenaar mocht verwachten dat “huisvesting voor arbeidsmigranten” daar ook onder viel.

Lessen uit deze zaak

Wat kan de verzekeraar hieruit leren? In elk geval dat je niet jarenlang ongestraft premie kunt incasseren terwijl je weet dat het pand op een (iets) andere manier wordt gebruikt dan bij de aanvang van de verzekering. Je kunt als verzekeraar geen opportunistisch beroep doen op de “kleine lettertjes” als je weet dat het pand inmiddels anders wordt gebruikt. Voor de eigenaar van het pand loopt het goed af. Toch kunnen pandeigenaars ook wel iets leren uit deze zaak. Je kunt bijvoorbeeld bij het aanvragen van de verzekering speelruimte creëren door een ruime omschrijving van de bestemming op te nemen. En daarnaast kan het verstandig zijn om wijzigingen door geven. Dat kan wel leiden tot premieverhoging (als sprake is van een “risico-verzwaring”), maar dat is misschien toch beter dan een rechtszaak.

Klik hier voor de tekst van de uitspraak.

Gepubliceerd door Marius Hupkes