phone icon020 696 3000
Nederlands | English
divider

Artikel

separator

Deel dit artikel op social media:


Als de gemeente schuldhulp weigert wegens OV-boetes

/

Om in de schuldsanering te komen is een schuldenaar (veelal) aangewezen op schuldhulpverlening via de gemeente. Sommige gemeentes weigeren schuldhulp als de schuldenaar boetes open heeft staan wegens zwart rijden. Mag dat zomaar? Of kan de schuldenaar met succes toelating tot het minnelijke traject afdwingen?

OV-boetes: fraudeschuld of niet?

Wij kregen deze casus in behandeling via een beschermingsbewindvoerder die merkte dat de betreffende gemeente in de ene situatie wel schuldhulp gaf en in de andere niet terwijl in beide situaties sprake was van OV-boetes wegens zwart rijden met de trein. De weigeringsbeslissing werd gemotiveerd met de stelling dat OV-boetes wegens zwart rijden een fraudeschuld opleveren. De bewindvoerder had zelf bezwaar gemaakt. De gemeente wees het bezwaar af. Wij stelden beroep in bij de sector bestuursrecht van de rechtbank.

Wat is een fraudeschuld?

Ons standpunt was dat OV-boetes niet onder de weigeringsgrond vallen zoals die is opgenomen in de Wgs (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). De definitie van fraudeschuld wordt in deze wet als volgt omschreven: “Het college kan schuldhulpverlening in ieder geval weigeren in geval een persoon fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en die persoon in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd”. (Art. 3, lid 3 van de Wgs). Onze stelling in de beroepsprocedure was dat de betreffende gemeente de definitie van het begrip bestuursorgaan te ruim hanteerde. De Nederlandse Spoorwegen zijn een naamloze vennootschap waarvan de aandelen in handen zijn van de Staat. Dit betekent dat de NS een privaat bedrijf is en geen bestuursorgaan. Een OV-boete is dus geen fraudeschuld in de zin van de Wgs.

Schuld niet te goeder trouw

Het is mogelijk dat de OV-boetes in een volgende fase van het schuldhulptraject – namelijk als de schuldenaar toelating wil tot de WSNP – wel wordt aangemerkt als een schuld die niet te goeder is ontstaan (video). Maar dat hoeft om meerdere redenen niet in de weg te staan aan toelating tot de WSNP. De boete kan door een derde zijn betaald (video); de rechter kan de hardheidsclausule toepassen (video); de boete kan al tijdens het voortraject zijn weggewerkt; de rechter kan de boete door de vingers zien. Al met al is de gemeente die schuldhulp weigert wegens een OV-boete dus te streng voor de schuldenaar, terwijl het nog maar de vraag is of de rechter zwaar tilt aan deze schuld. De gemeente gaat min of meer op de stoel van de rechter zitten.

Afloop van de procedure

Bij beroepsprocedures tegen een beslissing op bezwaar van een gemeente komt het regelmatig voor dat de rechter geen inhoudelijke uitspraak doet over het geschil. Het komt namelijk vaak voor dat de gemeente na kennisneming van het beroepschrift geheel tegemoet komt aan de eis en een nieuw besluit neemt. De schuldenaar die dan alsnog wordt toegelaten tot de schuldhulpverlening, zal blij zijn met dit resultaat. Een nadeel van deze praktijk is wel dat gemeentes maar zelden door de rechter op de vingers worden getikt omdat hun beleid niet deugt of in strijd met de wet is. Wat niet klopt aan het beleid van de gemeente blijft zo onder de radar. Burgers die niet voor hun rechten opkomen door bezwaar te maken en beroep in te stellen worden zo niet goed bediend: een harde prikkel om het beleid aan te passen ontbreekt omdat veel mensen nu eenmaal ontmoedigd raken na een negatieve beslissing van de gemeente, en niet naar de rechter gaan. In de door ons kantoor behandelde zaak liep het net zo. De gemeente kwam vrij snel geheel tegemoet aan het beroep en betaalde de advocaatkosten en het griffierecht terug. De rechter kon zo niet meer principieel oordelen over de zaak. Maar ja, het is niet zo moeilijk te bedenken waarom de gemeente de vlag strijkt: de vrees dat er een uitspraak komt waarbij de gemeente ongelijk krijgt. 

Conclusie

Bezwaar maken en beroep instellen tegen beslissingen van gemeentes die schuldhulp weigeren op ondeugdelijke gronden heeft zin, en zou vaker moeten gebeuren. Het dwingt de gemeente tot reflectie en leidt regelmatig tot een gunstig nieuw besluit. Beschermingsbewindvoerders spelen daarbij een sleutelrol. Zij zijn namelijk de enige beroepsgroep die inzicht hebben in de soms opmerkelijke beleidsverschillen binnen de gemeente en in de regio. Bekijk deze video voor meer informatie.

Geschreven door Marius Hupkes

 

 

Vergelijkbare artikelen

separator

Deel dit artikel op social media: